Op de dag van het hart werd ons hart gebroken

Gepubliceerd op 22 oktober 2026 om 22:20

Door Mischa Schrijver

Dit artikel is een bewerking van de speech die de auteur uitsprak op de herdenking van 7 oktober 2026 in Kampen, georganiseerd door de Israel Allies Foundation.

Voorafgaand aan de herdenking liep ik door Kampen. Bij de voormalige synagoge bleef ik staan: een zee van bloemen, ter herinnering aan de slachtoffers van de aanslag op 7 oktober 2023. Het ontroerde mij.

Op 7 oktober 2023 was het Simchat Torah, Vreugde der Wet. Wij lezen dan de laatste woorden van de Torah, de vijf boeken van Mozes, en beginnen direct opnieuw bij het eerste vers. Het laatste woord van Deuteronomium, Jisrael, eindigt op de lamed, de letter l. Het eerste woord van Genesis, Beresjiet, begint met de bet, de letter b of w. Samen vormen zij lev: hart. Zo sluiten wij de cirkel van het hart.

Toen kwamen de eerste berichten. De eerste pogrom na 1945. Baby’s, kinderen, jongeren, ouderen, bejaarden, niemand werd gespaard.

Op de dag van het hart werd ons hart gebroken.

Sindsdien is onze wereld veranderd. Niet een beetje. Totaal.

Bewaking bij scholen en synagogen kennen we al tientallen jaren. Zijn wij daarom gewend aan bewaking? Nee. Veroordeeld tot bewaking, dat is een betere omschrijving. Nieuw is het gesprek dat veel joodse Nederlanders nu voeren: is er nog plek voor ons in Nederland? In het land waar mijn voorouders al in de zestiende eeuw ‘de vrede van de stad’ zochten?

Is er nog plek voor het meisje wier leraar de klas vroeg of Joden zich niet erg aanstellen? Voor de student bij wiens binnenkomst werd geroepen: ‘Iedereen oppassen, er is een Jood in de zaal’? Te vaak doen docenten niets. Of doen ze zelfs mee.

Dit gebeurt niet in een vacuüm. Het wordt gevoed door media en volksvertegenwoordigers. Daarom doet het mij zoveel goed politici te zien die wél opstaan. Elie Wiesel zei: ‘Het tegendeel van liefde is niet haat. Het tegendeel van liefde is onverschilligheid.’

Maak ik mij zorgen? Ja. Om mijn kinderen en kleinkinderen. En om die van u. Onlangs vertelde ik een niet-joodse vriend dat ik, voor het eerst in mijn 62 jaar, twijfel aan mijn toekomst hier. ‘Maar, ik kan altijd nog naar Israël.’ Mijn goede vriend antwoordde: ‘Mooi voor jou. Maar waar moet ik naartoe? Ik heb alleen Nederland.’ Hij had gelijk. Rabbijn Jonathan Sacks zei: ‘De haat die begint bij de Joden, eindigt nooit bij de Joden.’ Wij Joden zijn misschien de kanarie in de kolenmijn. Maar als samenleving zitten wij samen in die mijn.

Toch eindig ik niet in het donker. Het joodse volk heeft voor veel vuren gestaan, en na elk vuur weer opgebouwd. Koning David dichtte in de Psalmen: ‘Al ga ik door een dal van diepe duisternis, ik vrees geen kwaad, want U bent bij mij.’ Ook dit dal gaan wij door. Of, om met het Israëlische volkslied Hatikwa: Od lo avda tikwatenoe, onze hoop is nog niet verloren.

De Talmoed, de rabbijnse uitleg van de Torah, leest in Jesaja 54:13 niet banajich, uw kinderen, maar bonajich, uw bouwers. Wij blijven bouwen, samen met u, aan een beter Nederland. Rabbi Nachman van Breslov zei: ‘Het is verboden te wanhopen.’

Laten wij ons uit Nederland wegjagen? Nooit.

Begin oktober van dit jaar vierden wij opnieuw Simchat Torah. Opnieuw begonnen wij bij Beresjiet, in Genesis, en houden ons vast aan de woorden: Jehi or. Er zij licht. Aan dat licht houden wij vast. Voor een blijvende vrede in Israël met al zijn bewoners en voor de vrede van de stad, hier in Nederland.

Am Jisrael Chai. Leve Nederland.

Mischa Schrijver

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.