De uitspraken van ds. E.E. Bouter over Israël zijn niet alleen schokkend, maar roepen ook ernstige vragen op over antisemitische beeldvorming binnen de kerk. Wie vanaf de kansel het Joodse volk zijn slachtofferschap ontzegt en Israël vergelijkt met een allesvernietigend monster, moet daarop worden aangesproken.
Met verbijstering heb ik kennisgenomen van de preek van ds. E.E. Bouter, waarin hij tijdens zijn uitleg van Daniël 7 Israël vergelijkt met het vierde dier uit de Bijbel: een verschrikkelijk monster dat alles op zijn weg vernietigt.
Zijn woorden laten weinig aan de verbeelding over:
‘Het Joodse volk is niet meer slachtoffer van geweld zoals het eeuwenlang is geweest. Israël is zelf dat vierde dier geworden. Alles verwoestend. Israël dat verschrikkelijke vierde dier.’
Deze uitspraken vind ik buitengewoon ernstig. Niet omdat kritiek op Israël verboden zou zijn, maar omdat hier een grens wordt overschreden tussen legitieme kritiek op een staat en het demoniseren van een volk en zijn nationale staat.
Het Joodse volk zijn slachtofferschap ontzeggen
Misschien wel de meest onthutsende uitspraak is dat het Joodse volk geen slachtoffer van geweld meer zou zijn.
Hoe kan een predikant zoiets verkondigen?
Op 7 oktober 2023 werden in Israël ongeveer 1.200 mensen vermoord door Hamas en andere gewapende aanvallers. Mensen werden ontvoerd, gezinnen werden uitgemoord en burgers werden slachtoffer van gruwelijk geweld.
Ook buiten Israël worden Joden geconfronteerd met antisemitische bedreigingen, intimidatie en geweld.
Hoe kan iemand dan vanaf de kansel verkondigen dat het Joodse volk niet langer slachtoffer is?
Bovendien maakt Bouter een fundamentele denkfout. Hij spreekt eerst over het Joodse volk en gaat vervolgens vrijwel onmiddellijk over op Israël als staat. Daarmee dreigt het onderscheid tussen Joden wereldwijd, de Israëlische bevolking, de Israëlische regering en het Israëlische leger volledig te verdwijnen.
Juist die vermenging is gevaarlijk.
Joden mogen nooit collectief verantwoordelijk worden gehouden voor het handelen van een regering of leger.
Israël als Bijbels monster
Nog verontrustender vind ik de vergelijking met het vierde dier uit Daniël 7.
In deze Bijbelse passage wordt een angstaanjagende macht beschreven die verwoest en vertrapt. Bouter gebruikt dit beeld om Israël neer te zetten als een allesvernietigende macht.
Daarmee geeft hij zijn politieke oordeel een religieuze lading.
Dat is iets wezenlijk anders dan het bekritiseren van militaire operaties of het Israëlische regeringsbeleid.
Een predikant die Israël vanaf de kansel presenteert als een verschrikkelijk monster, moet beseffen dat zijn woorden kunnen bijdragen aan demonisering en vijandigheid.
Waar blijft de verantwoordelijkheid van de kerkenraad?
Inmiddels heb ik ook signalen ontvangen dat dezelfde predikant tijdens een eerdere preek in Ridderkerk uitspraken heeft gedaan die aanwezigen diep hebben geschokt.
Ook die berichten verdienen nader onderzoek.
De vraag is nu wat de verantwoordelijke kerkenraad met deze kwestie gaat doen.
Kan een predikant dergelijke uitspraken doen zonder dat zijn kerkelijke leiding hem daarop aanspreekt?
Wat mij betreft niet.
Wanneer blijkt dat sprake is van structurele antisemitische beeldvorming of het aanwakkeren van haat, moeten zware kerkelijke tuchtmaatregelen worden overwogen, waaronder schorsing en uiteindelijk ontzetting uit het ambt.
Ook de zwaarste kerkelijke sancties, waaronder uitsluiting van de kerkelijke gemeenschap, mogen bij bewezen ernstige en volhardende misstanden niet bij voorbaat worden uitgesloten.
Daarnaast vind ik dat onderzocht mag worden of bepaalde uitlatingen mogelijk strafrechtelijke grenzen overschrijden. Artikel 137d van het Wetboek van Strafrecht stelt het publiekelijk aanzetten tot haat of discriminatie onder bepaalde omstandigheden strafbaar. Of daarvan hier sprake is, vergt een zorgvuldige juridische beoordeling.
De kerk mag niet zwijgen
Ik ben opgegroeid met de wetenschap wat antisemitisme kan aanrichten. Mijn ouders hebben de Holocaust overleefd. Voor mij is de geschiedenis van Jodenvervolging geen abstract onderwerp uit geschiedenisboeken, maar een werkelijkheid die diepe sporen heeft nagelaten.
Juist daarom raakt het mij wanneer een predikant het Joodse volk vanaf de kansel zijn slachtofferschap lijkt te ontzeggen en Israël vervolgens als een verschrikkelijk monster neerzet.
Een predikant heeft een bijzondere verantwoordelijkheid. Zijn woorden worden niet uitgesproken tijdens een willekeurige politieke discussie, maar vanaf een kansel, tegenover mensen die hem geestelijk gezag toekennen.
Die verantwoordelijkheid mag nooit worden onderschat.
Ik roep de kerkenraad en de verantwoordelijke kerkelijke instanties daarom op deze kwestie serieus te onderzoeken en niet weg te kijken.
Want wanneer een predikant vanaf de kansel een heel land demoniseert en het Joodse volk zijn slachtofferschap ontzegt, mag de kerk daar niet stilzwijgend aan voorbijgaan.
De geschiedenis heeft ons geleerd wat er kan gebeuren wanneer religieuze leiders vijandbeelden verspreiden en verantwoordelijke instanties zwijgen.
Die geschiedenis mag zich nooit herhalen.
Reactie plaatsen
Reacties