Interview met een Perzische Jood

Gepubliceerd op 30 augustus 2026 om 22:01

Naast angst en trauma kenmerken veerkracht, aanpassingsvermogen en overlevingskracht historie minuscule Joodse gemeenschap in Iran

The Jewish Chronicle, het oudste Joodse blad ter wereld, sprak recent met twintig Iraanse Joden. Zeker ongelofelijk moedig! Ruim een jaar geleden tekenden we immers uit uw mond (onder pseudoniem Daniël) op in een interview dat “het niet in woorden uit te drukken is hoe groot de angst onder Iraanse Joden nu is”. Wat is uw algemene indruk van het artikel in The Jewish Chronicle alvorens we op de details ingaan?

Daniël

Mijn eerste reactie was bewondering voor de moed van de mensen die met The Jewish Chronicle hebben gesproken. We moeten niet onderschatten wat het betekent voor Joden die in Iran wonen om openlijk over hun ervaringen te praten. Zelfs anoniem spreken kan risico's met zich meebrengen. Alleen al het feit dat twintig mensen bereid waren hun verhaal te delen, zegt veel over de realiteit waarmee zij dagelijks worden geconfronteerd.

Tegelijkertijd kan ik niet zeggen dat ik verrast was door wat ik las. Veel van wat in het artikel wordt beschreven, komt overeen met wat ik al jarenlang hoor van leden van de Iraans-Joodse gemeenschap, zowel binnen als buiten Iran. De persoonlijke verhalen verschillen, maar de onderliggende thema's zijn vaak dezelfde: mensen die proberen hun Joodse identiteit te behouden terwijl zij tegelijkertijd moeten omgaan met de druk en beperkingen die het regime oplegt.

Wat mij vooral opviel, was het steeds terugkerende gevoel van onzekerheid en voorzichtigheid. Een jaar geleden zei ik dat het bijna onmogelijk was om onder woorden te brengen hoe groot de angst onder veel Iraanse Joden was. Helaas denk ik niet dat die angst verdwenen is. Misschien is zij voor de buitenwereld minder zichtbaar geworden, maar voor velen maakt zij nog altijd deel uit van het dagelijks leven.

Juist daarom vind ik dit artikel zo belangrijk. Het biedt een zeldzaam inkijkje in de werkelijkheid van Iraanse Joden en geeft hen de mogelijkheid om zelf hun stem te laten horen. Tegelijkertijd laat het zien dat er achter het officiële verhaal van religieuze tolerantie dat het regime uitdraagt, een veel complexere en vaak veel moeilijkere werkelijkheid schuilgaat.

Voor mij is de belangrijkste boodschap van dit artikel dat achter iedere persoon die de moed had om te spreken, vele anderen staan die dezelfde zorgen en angsten delen, maar zich niet veilig genoeg voelen om die publiekelijk uit te spreken.

In de bijdrage maakt een Joodse zakenman, wiens winkel in Teheran het moest ontgelden (ingegooide ramen met de tekst “Zionisten, verdwijn”), onderscheid tussen zijn buurt en de aanhangers van het regime. De laatsten houdt hij verantwoordelijk voor het vandalisme. Echter, de buurt “heeft ons altijd met respect behandeld”. Een herkenbaar onderscheid tussen de Iraanse bevolking en het regime qua instelling tegenover de minuscule Joodse minderheid (circa 20.000 leden)?

Daniël

Ja, ik denk dat dat onderscheid reëel is en ook heel belangrijk om te maken. Een van de grootste misverstanden over Iran is dat de opvattingen van het regime automatisch de opvattingen van de Iraanse bevolking weerspiegelen. Naar mijn ervaring is dat vaak niet het geval.

Joden maken al meer dan 2.500 jaar deel uit van de Iraanse samenleving. Veel Iraanse Joden hebben generaties lang naast hun islamitische, christelijke en zoroastrische buren geleefd. Op menselijk niveau zijn er vaak relaties gebaseerd op vriendschap, wederzijds respect en een gedeelde geschiedenis.

Dat betekent niet dat antisemitisme in de Iraanse samenleving niet bestaat. Dat bestaat zeker wel. Maar er is een belangrijk verschil tussen vooroordelen die je in elke samenleving kunt tegenkomen en de systematische anti-Israëlische en anti-Joodse retoriek die de Islamitische Republiek al tientallen jaren verspreidt. Wanneer een regime Israël voortdurend neerzet als de ultieme vijand en daarbij bewust de grens tussen Israël en Joden vervaagt, heeft dat onvermijdelijk invloed op de publieke opinie.

Wat de Joodse winkelier in het artikel beschrijft, herken ik daarom ook. Veel Iraanse Joden maken onderscheid tussen de gewone burgers met wie zij dagelijks omgaan en de mensen die nauw verbonden zijn met de ideologie van het regime. Dat zijn niet altijd dezelfde mensen.

Tegelijkertijd moeten we de situatie ook niet romantiseren. Zelfs als veel gewone Iraniërs Joden met respect behandelen, wordt het leven van een minderheid uiteindelijk niet bepaald door de houding van de buren, maar door de macht van de staat. Wanneer een overheid de mogelijkheid heeft om een gemeenschap te controleren, te intimideren of te straffen, ontstaat er een kwetsbaarheid die niet wordt weggenomen door goede relaties met de omgeving.

Veel Iraanse Joden zullen zeggen dat zij zich meer geaccepteerd voelen door hun medeburgers dan door het systeem waaronder zij leven. Ik denk dat die uitspraak de werkelijkheid behoorlijk goed samenvat.

The Jewish Chronicle citeert die Joodse winkelier: “Wij zijn altijd gewantrouwd omdat het regime Joden met Israël associeert.” Inmiddels, navrant genoeg, ook de ondervinding van de Joodse diaspora in de gehele wereld. Geldt dat ook voor u?

Daniël

Ja, in zekere zin herken ik dat. Natuurlijk zijn de omstandigheden waarin Joden in Iran leven niet te vergelijken met die van Joden in Nederland of andere westerse landen. Maar wat je wel ziet, is een vergelijkbaar mechanisme: de neiging om individuele Joden verantwoordelijk te houden voor het handelen van de staat Israël.

Ik ben geboren in Iran en woon al jarenlang in Nederland. Toch merk ik regelmatig dat mensen, zodra zij horen dat iemand Joods is, automatisch aannemen dat die persoon een bepaalde mening moet hebben over Israël of zich moet verantwoorden voor politieke beslissingen van een regering waar hij of zij geen enkele invloed op heeft.

Dat vind ik een problematische ontwikkeling. Niemand verwacht immers van een Nederlandse moslim dat hij zich moet verantwoorden voor de beslissingen van een islamitisch land, of van een christen dat hij verantwoordelijk is voor alles wat christelijke regeringen in de wereld doen. Diezelfde maatstaf zou ook voor Joden moeten gelden.

Kritiek op Israël is vanzelfsprekend legitiem en hoort thuis in een democratisch debat. Maar zodra Joden als groep verantwoordelijk worden gehouden voor wat Israël doet, wordt een grens overschreden. Dan gaat het niet langer over politiek, maar over het toeschrijven van collectieve schuld aan een hele gemeenschap.

Wat mij zorgen baart, is dat veel mensen dat onderscheid vandaag de dag minder scherp lijken te maken. Daardoor voelen veel Joden zich, ook buiten Iran, steeds vaker aangesproken op hun identiteit in plaats van op hun persoonlijke overtuigingen.

Een Jood hoeft het niet eens te zijn met elke beslissing van de Israëlische regering om toch het recht te hebben om als individu te worden beoordeeld en niet als vertegenwoordiger van een hele staat.

Die associatie dient trouwens onder de vlag van “kritiek op Israël” puur antisemitisme, loutere Jodenhaat grosso modo te camoufleren. Wat is uw mening?

Daniël

Kritiek op Israël is op zichzelf niet antisemitisch. Net zoals elke andere staat moet Israël onderwerp kunnen zijn van debat, kritiek en politieke discussie. Dat hoort bij een vrije samenleving.

Het probleem ontstaat wanneer de grens tussen kritiek op de Israëlische regering en vijandigheid tegenover Joden vervaagt. Wanneer Joden wereldwijd verantwoordelijk worden gehouden voor de daden van Israël, of wanneer eeuwenoude antisemitische stereotypen worden verpakt als politieke kritiek, dan hebben we het niet langer over een debat over beleid, maar over iets anders.

Wat mij zorgen baart, is dat dit onderscheid de afgelopen jaren steeds vaker verloren lijkt te gaan. We zien dat Joodse instellingen extra beveiligd moeten worden, dat Joodse studenten zich soms onveilig voelen op universiteiten en dat mensen worden aangesproken op hun Jood-zijn vanwege gebeurtenissen duizenden kilometers verderop. Dat zou in een democratische samenleving niet normaal mogen zijn.

Tegelijkertijd moeten we ook oppassen voor simplificaties. Niet iedere criticus van Israël is een antisemiet en niet iedere kritiek op Israël is ingegeven door Jodenhaat. Maar omgekeerd is het ook waar dat sommige mensen hun antisemitisme verbergen achter de taal van mensenrechten of politieke kritiek. Dat onderscheid moeten we eerlijk durven benoemen.

De echte toets is eenvoudig: zodra iemand Joden als collectief verantwoordelijk houdt voor de daden van de staat Israël, verlaten we het terrein van politieke kritiek en betreden we het terrein van antisemitisme.

Echter, deze associatie van Joodse identiteit in de Islamitische Republiek met de Joodse staat is wel onvergelijkbaar gevaarlijker dan elders, zeker wanneer zij gepaard gaat met de beschuldiging van spionage voor de Mossad. Welke meldingen over dit existentiële gevaar (executies) hoort u uit uw netwerk?

Daniël

Wat deze situatie fundamenteel anders maakt dan in veel andere landen, is dat beschuldigingen van samenwerking met Israël of de Mossad in Iran niet alleen sociale gevolgen kunnen hebben, maar ook juridische en zelfs levensbedreigende consequenties.

Alleen al de verdenking van banden met Israël kan enorme angst veroorzaken binnen de Joodse gemeenschap. Die angst is niet theoretisch, maar geworteld in historische ervaringen. Iraanse Joden weten dat beschuldigingen van spionage in het verleden hebben geleid tot arrestaties, langdurige detenties en zelfs executies.

In gesprekken met mensen uit mijn netwerk hoor ik daarom vaak niet zozeer concrete verhalen over individuele zaken, maar vooral een voortdurende voorzichtigheid. Mensen letten op wat zij zeggen, met wie zij praten en welke contacten zij onderhouden. Niet omdat zij iets verkeerd doen, maar omdat zij weten hoe snel een verdenking politieke gevolgen kan krijgen.

Daarom ervaren veel Iraanse Joden een extra kwetsbaarheid tijdens periodes van oplopende spanningen tussen Iran en Israël. Op dat soort momenten ontstaat de angst dat een kleine religieuze minderheid opnieuw als zondebok kan worden gebruikt of onder verhoogde druk komt te staan.

Wat buitenstaanders soms vergeten, is dat het voor Iraanse Joden niet alleen gaat om hun eigen veiligheid, maar ook om de veiligheid van hun familieleden, vrienden en de bredere gemeenschap. Dat zorgt ervoor dat veel mensen ervoor kiezen om zich zo onzichtbaar mogelijk te houden.

De grootste angst is vaak niet wat er vandaag gebeurt, maar wat er morgen zou kunnen gebeuren als politieke spanningen verder escaleren. Juist die voortdurende onzekerheid drukt al decennialang zwaar op de Iraans-Joodse gemeenschap.

Een Iraans-Joodse moeder vertelt The Jewish Chronicle hoe haar kinderen bij pro-regime demonstraties gedwongen worden Israëlische vlaggen te verbranden en leuzen tegen de Joodse staat te roepen. Soms een herinnering aan uw schooljaren in de Islamitische Republiek?

Daniël

Ja, dat roept zeker herinneringen op. Hoewel de omstandigheden in de loop der jaren zijn veranderd, was politieke en ideologische indoctrinatie ook tijdens mijn schooltijd een zichtbaar onderdeel van het onderwijs in de Islamitische Republiek.

Vanaf jonge leeftijd werden leerlingen blootgesteld aan de officiële standpunten van het regime, niet alleen over Israël, maar ook over de Verenigde Staten en andere vermeende vijanden van de revolutie. Er werd een sterk onderscheid gemaakt tussen "wij" en "zij", waarbij weinig ruimte bestond voor kritisch denken of afwijkende opvattingen.

Voor Joodse kinderen kon dat extra ingewikkeld zijn. Je groeit op met een Joodse identiteit, terwijl je tegelijkertijd merkt dat Israël voortdurend als vijand wordt neergezet. Ook als niemand jou persoonlijk aanspreekt, begrijp je als kind al snel dat bepaalde onderwerpen gevoelig liggen en dat het verstandiger is om voorzichtig te zijn met wat je zegt.

Wat mij raakt in het verhaal van deze moeder is niet alleen het politieke aspect, maar vooral het menselijke aspect. Kinderen zouden geen instrument moeten zijn van politieke propaganda, ongeacht het land of het regime. Wanneer kinderen gedwongen worden om politieke leuzen te herhalen of symbolen te verbranden die verbonden zijn aan een deel van hun eigen identiteit of geschiedenis, dan heeft dat een diepe psychologische impact.

Tegelijkertijd is het belangrijk om te begrijpen dat veel Iraanse Joden manieren hebben gevonden om hun identiteit te behouden ondanks die druk. Juist daarom bestaat deze gemeenschap na duizenden jaren nog steeds. Dat getuigt van een enorme veerkracht.

Wat mij het meest bijblijft, is dat veel Iraans-Joodse kinderen al op jonge leeftijd leren wat het betekent om twee werkelijkheden naast elkaar te laten bestaan: wat je thuis denkt en voelt, en wat je buitenshuis geacht wordt te zeggen.

“Het regime houdt de Joodse gemeenschap in Iran al decennia in gijzeling”, zei u vorig jaar. Toen vertelde u ook dat iedereen in de Iraans-Joodse gemeenschap zowel binnen als buiten de Islamitische Republiek “zijn hart vasthoudt” als het mollahregime toch overeind blijft ondanks het voortdurende conflict met de VS. Daar heeft het vandaag alle schijn van. Met welke gevolgen binnenslands en buitenslands (‘de lange arm van de mollahs’) voor de Iraanse Joden en Jodinnen?

Daniël

Toen ik vorig jaar sprak over een gemeenschap die gegijzeld wordt, bedoelde ik niet alleen de beperkingen waarmee Iraanse Joden dagelijks moeten leven, maar ook de bijzondere politieke positie waarin zij zich bevinden.

Wat vaak wordt vergeten, is dat de Iraans-Joodse gemeenschap niet alleen slachtoffer is van de binnenlandse repressie van het regime, maar ook een politieke functie vervult. Het bestaan van een Joodse gemeenschap in Iran wordt regelmatig gebruikt om naar de buitenwereld te laten zien dat er zogenaamd sprake is van religieuze tolerantie. Tegelijkertijd worden diezelfde Joden voortdurend geconfronteerd met wantrouwen en de druk om hun loyaliteit aan de Islamitische Republiek publiekelijk te bewijzen.

Daarmee bevinden Iraanse Joden zich in een uiterst moeilijke positie. Enerzijds zijn zij onderdeel van een eeuwenoude Iraanse gemeenschap, anderzijds worden zij door de vijandige houding van het regime tegenover Israël vaak bekeken door een politieke en geopolitieke bril waar zij zelf geen invloed op hebben. Juist daardoor dreigen zij steeds opnieuw pionnen te worden in een conflict dat groter is dan henzelf.

Voor de Joden die nog in Iran wonen betekent het voortbestaan van het regime vooral dat de fundamentele onzekerheid blijft bestaan. Zij weten dat hun gemeenschap wordt getolereerd, maar niet volledig wordt vertrouwd. Zeker in periodes van spanningen tussen Iran en Israël neemt de angst toe dat zij opnieuw onder extra druk komen te staan.

Voor de diaspora ligt dat anders, maar ook daar zien we gevolgen. Veel Iraanse Joden in Europa, Noord-Amerika en Israël maken zich voortdurend zorgen om familieleden die nog in Iran wonen. Daardoor voelen veel mensen zich geremd om zich publiekelijk uit te spreken. Niet zozeer uit angst voor zichzelf, maar uit bezorgdheid over mogelijke gevolgen voor hun dierbaren.

Daarnaast zien we dat de invloed van het regime niet altijd ophoudt bij de grenzen van Iran. De Islamitische Republiek probeert ook buiten Iran invloed uit te oefenen op diaspora-gemeenschappen. Dat zorgt ervoor dat veel Iraanse Joden, zelfs wanneer zij al tientallen jaren buiten Iran wonen, zich nog steeds nauw verbonden voelen met de ontwikkelingen daar.

Wat mij misschien nog wel het meest raakt, is dat er inmiddels meerdere generaties Iraanse Joden zijn opgegroeid met dezelfde onzekerheden. Grootouders, ouders en kinderen hebben allemaal geleerd voorzichtig te zijn met wat zij zeggen en tegen wie zij het zeggen. Dat laat zien hoe diep de impact van zo'n systeem kan zijn.

De tragiek is dat een gemeenschap die al ruim 2.500 jaar deel uitmaakt van de Iraanse samenleving voortdurend wordt beoordeeld op gebeurtenissen waar zij zelf geen controle over heeft. Zolang dat zo blijft, zullen veel Iraanse Joden het gevoel houden dat zij hun toekomst niet volledig in eigen handen hebben. Dat is misschien wel de meest tastbare vorm van de gijzeling waar ik eerder over sprak.

Ondertussen zorgt, aldus The Jewish Chronicle, de druk van het Iraanse regime op prominente vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap (de opperrabbijn en het parlementslid) tot het publiekelijk betuigen van loyaliteit aan dit terreurbewind voor interne verdeeldheid. Een diep triest, maar onvermijdelijk gevolg van de collectieve gijzeling?

Daniël

Ja, ik denk dat dit een diep tragisch maar ook grotendeels onvermijdelijk gevolg is van de situatie waarin de Iraans-Joodse gemeenschap zich bevindt.

Van buitenaf is het vaak makkelijk om te oordelen over uitspraken van prominente vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap in Iran. Maar we moeten ons steeds afvragen onder welke omstandigheden zulke uitspraken worden gedaan. Mensen die een zichtbare positie bekleden, zoals een opperrabbijn of een parlementariër, dragen niet alleen verantwoordelijkheid voor zichzelf, maar voelen zich vaak ook verantwoordelijk voor de veiligheid en het voortbestaan van de gemeenschap als geheel.

Juist daarom moeten we voorzichtig zijn met snelle oordelen. Wat voor buitenstaanders soms lijkt op loyaliteit, kan in werkelijkheid een strategie zijn om de gemeenschap te beschermen en problemen te voorkomen. Wanneer een minderheid afhankelijk is van de welwillendheid van een autoritair regime, worden de grenzen tussen overtuiging, pragmatisme en overlevingsinstinct vaak zeer dun.

Dat betekent niet dat er geen spanningen of verdeeldheid ontstaan. Integendeel. Sommige leden van de gemeenschap zullen van mening zijn dat leiders te ver meegaan in hun publieke steunbetuigingen aan het regime. Anderen zullen juist vinden dat dergelijke uitlatingen noodzakelijk zijn om erger te voorkomen. Onder zulke omstandigheden is het bijna onvermijdelijk dat er verschillende opvattingen ontstaan.

Wat mij betreft zegt die verdeeldheid echter niet zozeer iets over de Joodse gemeenschap zelf, maar vooral over de druk waaronder zij leeft. In een werkelijk vrije samenleving zouden religieuze leiders en vertegenwoordigers zich niet voortdurend hoeven afvragen welke gevolgen hun woorden kunnen hebben voor de veiligheid van duizenden mensen.

De echte vraag is niet waarom sommige leiders zich loyaal tonen aan het regime, maar waarom zij überhaupt in een positie verkeren waarin zij zich gedwongen voelen om die loyaliteit publiekelijk te demonstreren. Dat is de kern van het probleem.

Is het niet veelzeggend voor de huidige gemoedstoestand van de leden van de Joodse gemeenschap dat ongeveer de helft van de gesprekspartners van The Jewish Chronicle de naam laat vallen van de geëxecuteerde vooraanstaande Joodse zakenman en voorzitter van de Teheraanse Joodse Vereniging Habib Elghanian?! Een collectief trauma/schrikbeeld? Deelt u dat zelf ook?

Daniël

Ja, ik denk dat de naam van Habib Elghanian voor veel Iraanse Joden een bijzondere betekenis heeft. Zijn executie kort na de Iraanse Revolutie was niet zomaar de executie van een succesvolle zakenman. Voor veel Joden werd het een symbool van hoe snel de positie van een minderheid kan veranderen wanneer politieke omstandigheden omslaan.

Habib Elghanian was een gerespecteerd ondernemer en een prominente figuur binnen de Joodse gemeenschap. Dat juist iemand met zijn status en betekenis werd gearresteerd en geëxecuteerd, maakte destijds diepe indruk. De boodschap die veel mensen daaruit afleidden was dat niemand volledig beschermd was, ongeacht zijn maatschappelijke positie of bijdrage aan het land.

Ik denk daarom dat zijn naam meer vertegenwoordigt dan alleen een historische gebeurtenis. Voor veel Iraanse Joden symboliseert hij de kwetsbaarheid van de gemeenschap en het besef dat rechten en zekerheden niet vanzelfsprekend zijn. In die zin is het begrijpelijk dat zijn naam nog steeds terugkomt in gesprekken over de huidige situatie.

Tegelijkertijd moeten we oppassen om de Iraans-Joodse gemeenschap uitsluitend door de bril van angst te bekijken. Naast het trauma is er ook een opmerkelijke geschiedenis van veerkracht, aanpassingsvermogen en overlevingskracht. Dat de gemeenschap ondanks alle uitdagingen nog steeds bestaat, getuigt daarvan.

Of ik dat gevoel zelf herken? Ja, absoluut. Iedereen die is opgegroeid met de geschiedenis van de Iraanse Joodse gemeenschap kent de naam Habib Elghanian. Zijn lot herinnert ons eraan dat vrijheid, veiligheid en burgerrechten nooit vanzelfsprekend zijn en beschermd moeten worden.

Misschien is Habib Elghanian voor Iraanse Joden wat sommige historische breukpunten voor andere gemeenschappen zijn: een gebeurtenis die generaties later nog steeds doorwerkt, omdat zij een blijvende herinnering vormt aan hoe kwetsbaar een minderheid kan zijn wanneer de rechtsstaat plaatsmaakt voor ideologie.

Ongebreidelde Jodenhaat in de media, in de publieke ruimte en openlijke islamistische uitingen, inclusief machtsvertoon. Waar gaat Nederland, uw tweede vaderland, naar toe?

Daniël

Nederland heeft mij veel gegeven. Het is mijn tweede vaderland, het land waar ik vrijheid heb gevonden en waar mensen in principe de ruimte hebben om hun religie te belijden, hun mening te uiten en hun eigen leven op te bouwen. Juist daarom maak ik mij zorgen over ontwikkelingen die ik vandaag zie.

Wat mij verontrust, is niet alleen de toename van antisemitisme, maar ook het feit dat bepaalde radicale en islamistische ideologieën steeds zichtbaarder en zelfverzekerder aanwezig lijken in het publieke domein. Als iemand die de Islamitische Republiek van dichtbij heeft meegemaakt, weet ik hoe gevaarlijk het kan zijn wanneer een samenleving te laat inziet dat ideologische bewegingen niet alleen religieuze overtuigingen uitdragen, maar ook politieke en maatschappelijke veranderingen nastreven die op gespannen voet kunnen staan met vrijheid, pluralisme en de democratische rechtsstaat.

Mijn ervaring uit Iran heeft mij geleerd dat vrijheid zelden van de ene dag op de andere verdwijnt. Vaak begint het met het normaliseren van intolerantie, met het relativeren van intimidatie van minderheden en met het wegkijken wanneer fundamentele vrijheden onder druk komen te staan.

Wat mij daarnaast zorgen baart, is dat veel mensen in Europa nog steeds denken dat democratie, vrijheid van meningsuiting, gelijkheid tussen man en vrouw en de scheiding tussen religie en staat vanzelfsprekend zijn. De geschiedenis leert juist dat deze verworvenheden kwetsbaar zijn en voortdurend moeten worden beschermd.

Daarom zie ik de bestrijding van antisemitisme niet als een exclusief Joodse kwestie. Antisemitisme is vaak een vroeg waarschuwingssignaal voor een bredere maatschappelijke ontwikkeling. Wanneer een samenleving er niet meer in slaagt haar Joodse minderheid te beschermen, komen uiteindelijk ook andere minderheden en fundamentele vrijheden onder druk te staan.

Als vader maak ik mij daar oprecht zorgen over. Niet alleen voor Joden, maar voor de toekomst van mijn kinderen en voor het behoud van de waarden die Europa uniek hebben gemaakt: vrijheid, democratie, gelijkwaardigheid voor de wet en respect voor individuele rechten. Die waarden zijn niet onverwoestbaar. Zij blijven alleen bestaan wanneer iedere generatie bereid is ze actief te verdedigen.

Als iemand die zowel Iran als Nederland kent, weet ik dat het verlies van vrijheid bijna nooit plotseling komt. Het gebeurt stap voor stap, terwijl veel mensen zichzelf geruststellen dat het allemaal wel mee zal vallen. Juist daarom mogen we de signalen van antisemitisme, radicalisering en intolerantie nooit negeren.

Noot 1 redactie: Daniël is een schuilnaam voor de geïnterviewde Perzische Jood. Zijn identiteit is bij de redactie bekend.

Noot 2 redactie: op 17 juli 2025 publiceerden we een eerder exclusief interview met Daniël onder de titel “Het is niet in woorden uit te drukken hoe groot de angst onder Iraanse Joden nu is”.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.