“Israëlisch links werd door internationaal niet-links gebruikt” – de stellingname van romanschrijfster, columniste en journaliste Mirna Funk

Gepubliceerd op 29 april 2026 om 10:42

“Ik heb me altijd in het progressieve milieu geplaatst. Als Jodin, Israëlische, zioniste is er daar echter helemaal geen plaats meer voor mij.” Aan het woord is de prominente schrijfster, journaliste en columniste Mirna Funk (45) in een uitgebreid interview met het Duitse magazine voor politieke cultuur Cicero. Funk pendelt maandelijks tussen woonplaats Tel Aviv en Berlijn.

Van een slachtofferrol wenst Funk beslist niet te weten. Als alleenstaande moeder en opgegroeid in de vroegere DDR bezit ze “zoveel eigenschappen van slachtoffergroepen, dat ik theoretisch een bewijs ervoor zou moeten zijn hoe onmogelijk het leven als slachtoffer van de omstandigheden en toestanden is”. Funk heeft zich evenwel nooit zo gezien en “wijst die status af’.

Eerder vestigde Funk zich al tweemaal in de Joodse staat. Een derde keer volgde. Voor die hernieuwde alija somt ze diverse redenen op. Beroepsmatig was het een optie. Bovendien wilde de auteur dat haar dochter Hebreeuws zou leren en haar biologische vader, een Israëli, beter zou leren kennen. Daarnaast geeft ze openhartig aan hoe de situatie in Duitsland, vooral in de culturele sector, problematisch werd. “Als een publieke Joodse persoon kreeg ik met vijandigheden te maken, doodsbedreigingen.” Berlijn voelde voor Funk en haar dochter niet langer veilig.” Als “simpelere motieven” voegt ze daar “het betere eten in Tel Aviv” en de leefsituatie (28 graden aan de Middellandse Zee) aan toe.

Die vijandige maatschappelijke stemming jegens Joden ervaart ook de Joodse hoofdpersoon Amira in Funks nieuwste roman “Balagan”. Het verhaal begint een paar maanden na het bloedbad van Hamas op Israëlische bodem (7 oktober 2023). Amira kent ook mensen in haar directe omgeving die fel tegen Israël ageren. Zo beschuldigt haar nicht Alice Israël van genocide. De romanschrijfster noemt de rol van Alice noodzakelijk. “Ik wilde met deze onderscheiden Joodse figuren de pluraliteit van de Joodse gemeenschap weerspiegelen.” In het andere geval, zo onderbouwt Funk deze romankeuze, zou ze geen realistisch beeld van een Joodse familie, van realistisch Joods leven hebben weergegeven.

Echter, ze vult meteen aan dat het er haar tegelijk omging “de bijzonder radicale en verscherpte veranderingen in het wereldwijde kunstbedrijf te tonen”. Een creatieve sector die overigens al lang voor de 7e oktober evident antizionistisch opereerde. Telkens weer doken antisemitische motieven op, aldus Funk, of stonden Israëlische kunstenaars onder druk zich eerst te distantiëren van Israël om nog te kunnen/mogen exposeren.

“Antizionisme is een continuïteit van Jodenhaat”, stelt Mirna Funk. “Zoals wij antijudaïsme en antisemitisme kenden, hebben we nu gewoon te maken met antizionisme. Het is een racisme tegen een groep personen, en die vind je in de kunst- en culturele sector wereldwijd. Dat wordt als sexy, progressief en trendy beschouwd, omdat men dit racisme toch op een of andere wijze politiek rechtvaardigt. We zullen daarover echter binnen twintig jaar geheel anders spreken, daarvan ben ik overtuigd.”

In de roman “Balagan” stuit hoofdpersoon Amira bij het geven van een foto-opdracht op onwil om met een Jodin geassocieerd te worden. Uiteindelijk aanvaardt een Joodse (!) fotografe die. Of Mirna Funk zulke bijzonder pijnlijke, ja ergerlijke situaties ook heeft beleefd, wil Cicero-interviewster Christine Zinner weten. De auteur beaamt dat en kent ook anderen die “grote problemen hadden om als Joden of Israëli’s ook maar opdrachten binnen te halen”. De samenwerking met niet-Joden brengt vandaag de dag veel onzekerheid met zich mee, weet ze. Een sterke politieke positionering van de eersten beïnvloedt de samenwerking op “een dikwijls onaangename wijze”.

Scherp kritiseert Mirna Funk de conformistische anti-Israëlische attitude van uitgerekend de (linkse) Israëlische kunstscène in “Balagan” via de mond van Amira. Immers juist dat heeft ervoor gezorgd dat deze narratieven wereldwijd binnen de kunstscène legitimiteit verwierven. Daarbij fungeerden exact deze Israëlische critici van de Joodse staat in en voor de globale kunstsector als een “vijgenblad”.

Dat hebben ze dag en nacht gedaan, benadrukt Funk in Cicero krachtig. Tot groot genoegen van de internationale cultuur-, kunst- en wetenschapsscène. Door die scène werden deze radicaal linkse Israëlische bestrijders van de eigen staat en samenleving warm omhelsd. Die laatsten figureerden als bewijs voor haar argumentatie en dienden tegelijkertijd als “een soort vijgenblad voor het geïnternaliseerde antisemitisme dat zich nu in antizionisme manifesteert”. Funk zegt het ronduit: “Israëlisch links werd door internationaal niet-Joods links gebruikt. Dat heeft ze tientallen jaren lang eenvoudig niet begrepen, velen overigens nu wel.”

Bron: interview Christine Zinner in Cicero, Magazin für politische Kultur, met auteur, columnist en journaliste Mirna Funk in nieuwe rubriek “Das Interview” (23 april 2026) onder de titel “Ich habe so viele Merkmale von Opfergruppen – aber ich lehne diesen Status ab”.