“Met name de verslaggeving over Israël inzake de oorlog met Gaza heb ik als eenzijdig en voor juist een krant als Trouw als onwaardig ervaren” – in gesprek met veteraan-journalist én ras-Rotterdammer Adri Vermaat

Gepubliceerd op 15 april 2026 om 11:39

Hij is dankbaar dat in Rotterdam zijn ‘roots’ liggen. En trots op “de ongekende, fantastische ontwikkeling” van de Maasstad. Echter, sinds 7 oktober 2023, de moordpartij door Hamas in Israël, kijkt Adri Vermaat “met net iets andere ogen” naar zijn stad. Hij voelt er zich enigszins verweesd door de sterk toegenomen Jodenhaat, waar het gemeentebestuur “niks of te weinig” tegen doet. Een moreel verval is voel- en tastbaar in de hele stad.  “Zo ken ik Rotterdam niet. Is dit mijn stad nog wel?”

Zou u zich bij onze lezers willen introduceren?

Rotterdammer Adri Vermaat (72) was tot aan zijn pensionering in 2019 38 jaar verbonden aan de redactie van Dagblad Trouw, onder meer als chef van de nieuwsdienst. In de vijf jaar voor zijn afscheid was hij ombudsman van de krant. Vermaat woonde veertig jaar 'op Zuid', alvorens hij met zijn vrouw Ans een locatie verkoos in het centrum van zijn geliefde stad. 

Hoe kijkt u als veteraan-journalist naar het Nederlandse politieke landschap?

Op de eerste mooie lentedag in maart, de dag van de gemeenteraadsverkiezingen, dronken we een kop koffie op een Haags terras. 'Kijk' zei Ans. 'Daar lopen Henri Bontenbal en Jesse Klaver.' De eerste van regeringspartij CDA, de tweede als leider van de grootste oppositiepartij GroenLinks-PvdA. De heren passeerden ons al keuvelend, zonder acht te slaan op hun omgeving. Vriendschappelijk en ontspannen, als goede collega's. Zo kwamen ze over.

Ik wil niet overdrijven, maar dat beeld verraste me in positieve zin. In grote, belangrijke Kamerdebatten die ik via het politieke tv-kanaal met interesse volg, is het in beeld en geluid te vaak vijanddenken in het parlement. De sfeer kan zó grimmig zijn. Gelukkig dragen niet alle Kamerleden hieraan bij. Tegelijk zijn er maar een paar nodig om de sfeer te verpesten en anderen mee te sleuren in hun destructieve houding. Het maakt dat debatten niet zelden irritatie, hoon en boosheid bij het publiek opwekken. 

De toon maakt de muziek, werd mij jong geleerd. Jammer dat veel politici dat niet willen beseffen en meer waarde lijken te hechten aan polarisatie, hun eigen, kortzichtige gedram en aan hun ego, hun status van Kamerlid.  

Maar, toegegeven: sinds Bontenbal en Klaver daar zo gemoedelijk over dat Haagse pleintje wandelden, 'paradeerden' zou ik bijna zeggen, ben ik iets milder gestemd. Er gloort zowaar weer hoop. Het gaat mij dan per se niet om hun beider politieke inzichten, verre van dat, maar om het 'gewone' dat ze onbewust uitstraalden. Het voelde als een geruststelling dat niet alles in hun directe omgeving haat en nijd is. De negatieve elementen in de Kamer laat ik nu vaker bewust links liggen. Tegelijk trek ik mij meer op aan die politici, die in woord en daad een betere samenleving belangrijker vinden dan effectbejag. Ze zijn er niet in overvloed. Maar ze zijn er wel.

En naar dat in uw woonplaats Rotterdam? 

Toen Bram Peper in 1982 burgemeester van Rotterdam werd, was een van zijn toverwoorden 'samenhang'. Dat streven naar verbinding tussen allerlei elementen die samen een stad als Rotterdam vormen, is jaren achtereen met succes uitgedragen en geprolongeerd. De stad heeft een ongekende, fantastische ontwikkeling doorgemaakt. Dat heeft de Rotterdammer nóg trotser op zijn stad gemaakt en ik ben daar zeker geen uitzondering op. De dankbaarheid dat in Rotterdam mijn 'roots' liggen, is intens en blijvend.

Toch kan dit niet verhelen dat de afgelopen drie, vier jaar wolkjes aan de horizon zijn verschenen. Een heel enkele ervan heeft inmiddels het stadium van een zware onweersbui bereikt. Als die eens 'losbarst', kan het hard gaan, is mijn vrees. Immers, afbreken van datgene dat is opgebouwd, gaat aanzienlijk sneller dan andersom.

Mijn vrees heeft niet alleen te maken met materiële zaken als armoede en woningtekort. Meer nog dan zulke, voor de individuele burger essentiële onderwerpen, doel ik op de kloof die in de samenleving is ontstaan. Die kloof bestond weliswaar al veel langer, maar sinds een paar jaar verdiept hij zich. En wel in zo'n hevige mate, dat onverschilligheid, haat, onvrede, afgunst, criminaliteit enzovoorts de boventoon nu voeren.

Het stemt mij zorgelijk. De stad piept en kraakt tegenwoordig vaker dan mij lief is. Ik ken Rotterdam als een rauwe stad. Héérlijk. Recht voor zijn raap, die mentaliteit. Maar de realiteit laat toenemende agressie in de publieke ruimte zien. Veel ontevredenheid. Straatvuil vertroebelt in veel wijken het beeld. Met fatbikes, scooters en e-bikes over de trottoirs karren zijn eerder regel dan uitzondering. Er iets van zeggen staat gelijk aan het risico van een 'klap voor je bek'. Het leidt tot verloedering die niemand wil en die toch doorzet.

De afgelopen vier jaar bestuurden Leefbaar Rotterdam, D66, VVD en DENK de stad. Als de voortekenen niet bedriegen neemt GroenLinks-PvdA in de nieuwe nog te vormen coalitie de plaats in van Leefbaar. De samenstelling van zowel het oude als vermoedelijk het volgende college van B en W komt voor mij over als ongeloofwaardig, Het geeft aan dat op basis van louter compromissen wordt bestuurd. Handjeklap! Compromissen zijn in sommige situaties noodzakelijk, maar ze hebben ook iets van 'Jullie een beetje van dit en wij een beetje van dat'. Het komt de besluitvaardigheid niet ten goede en de vraag is of dat nou in het belang van Rotterdam is. Van een krachtdadig bestuur is al jaren geen sprake. Bestuurlijk gezag ontbreekt helaas. Dat geldt ook voor politie en justitie. Het is pappen en nathouden. Nee, optimistisch ben ik niet.

 Voor een wakkere samenleving is een alerte, feitelijke verslaggeving in feite onontbeerlijk. Hoe kwijten grosso modo de Nederlandse media zich voor u als insider van hun huiswerk?

Hoewel ik van huis uit de zonnige kanten van het leven koester, kan ik over media niet anders dan kritisch zijn. Met name landelijke dagbladen volg ik met scepsis en veel zorg. Kranten als De Volkskrant, Trouw en NRC verkeren in mijn beleving in een journalistieke impasse. Ze doen waar ook de NOS en allerhande praatprogramma's bij zweren: opgaan in het meningen-circuit van al dan niet door zichzelf benoemde deskundigen (lees: praatjesmakers). We kijken er eigenlijk nooit naar. Niet feiten, maar meningen beheersen het medialandschap. Ik chargeer niet als ik zeg dat de gemiddelde krant meer columnisten dan nieuwsjagers in huis heeft. 

Nog belangrijker dan dat is de vraag of en zo ja wat die elkaar overschreeuwende columnisten toevoegen. Ze beschimpen bij voorkeur politici die niet van hun kleur zijn, laten broodnodige nuances liggen voor een volgende keer en ontberen veelal affiniteit met het medium waarvoor ze schrijven. De meeste columnisten immers zijn freelancers en niet in vaste dienst.   

Het abonnement op Trouw heb ik enkele jaren geleden opgezegd. De collega's, met wie ik jaren fijn heb samengewerkt, zijn mij even dierbaar als destijds. Met sommigen heb ik in goede harmonie nog altijd contact. Maar ook voor de krant geldt onverbiddelijk dat de toon de muziek maakt. De inhoud beviel me met andere woorden steeds minder. Met name de verslaggeving over Israël inzake de oorlog met Gaza heb ik als eenzijdig en voor juist een krant als Trouw als onwaardig ervaren. Dan moet je stoppen met lezen. Een krant is er om lezers breed te informeren, te verstrooien, iets te vertellen, niet om de gordijnen in te jagen. 

Als het de kranten nou rijen nieuwe abonnees zou opleveren, zou je nog kunnen redeneren dat het commercieel in elk geval goed zit. Het tegendeel is echter waar. De afgelopen vijf jaar leden kranten als Trouw en De Volkskrant minimaal tien procent abonneeverlies. Het kan nauwelijks verbazen. Ben ik gelukkiger geworden van het beëindigen van mijn abonnement? Nee, zeker niet. Maar het lucht wel op. Zoals dat ook het geval zal zijn zodra De Volkskrant mijn scherm niet meer bereikt.   

Hoe leefbaar is Rotterdam (geldt evenzeer voor onze hoofdstad Amsterdam) nog voor de minuscule Joodse gemeenschap? Wat merkt u daar persoonlijk van?

Wat ik om mij heen zie en hoor is sterk toegenomen antisemitisme. Dat Israëli's en Joden hierdoor worden geraakt, is verschrikkelijk. Ik leef zeer met die gemeenschap mee. Of het nou vijftig mensen zijn die met deze haat worden geconfronteerd, honderd of duizend, doet er niet toe. Ze vormen de Joodse gemeenschap in Rotterdam. Ze worden belaagd, soms ook fysiek, geschoffeerd en voelen zich onveilig,    

Hoe dat zover heeft kunnen komen? Er is niet één schuldige. Het is een complex van factoren dat een rol speelt. Wie bewust of onbewust een rol erin heeft gespeeld, is wat mij betreft Ahmed Aboutaleb. Dat vergt uitleg van me.

Jarenlang was hij een gevierde en ook alom terecht geprezen burgemeester in zijn stad. Tot hij na de moordpartij van 7 oktober 2023 door Hamas weigerde de Israëlische vlag op het Rotterdamse stadhuis te hijsen. Eerder wél de Oekraïense vlag, nadat Rusland op brute wijze de oorlog tegen Oekraïne begon. Géén vlag voor de 1200 net zo goed onschuldige Israëli's die op afschuwelijke wijze werden afgeslacht. 

Dat besluit van Aboutaleb, die weigering, heb ik nooit begrepen. Ik voelde me enigszins verweesd in mijn eigen stad. Was dit dezelfde burgemeester die, acht jaar eerder nog, na de aanslag in Parijs op het satirische weekblad Charlie Hebdo, wereldfaam verwierf met zijn solidariteitskreet 'Je suis Charlie'? En die op dezelfde januari-avond voor een paar duizend bijeengekomen Rotterdammers, in dezelfde speech op Plein 1940 stadbewoners waarschuwde: 'Als je het hier niet ziet zitten, rot je maar op. 

Die dappere, heldere burgemeester kende ik na 7 oktober 2023 niet terug. De vervreemding trof meerdere Rotterdammers. Onder druk van een deel van de gemeenteraad én van buitenaf koos Aboutaleb op 9 oktober ervoor om de groen-wit-groene Rotterdamse vlag halfstok op het stadhuis te hangen. Dit voor alle burgerslachtoffers van het geweld tussen Palestijnen en Israëli's.

Sindsdien kijk ik, tegen mijn zin, met net iets andere ogen naar mijn stad. Dat Aboutaleb op die zevende oktober ook een verzoek van premier Rutte negeerde om 's avonds de Erasmusbrug in de Israëlische kleuren te verlichten, is al lang geschiedenis. Maar dat een paar dagen later, op 13 oktober, zeven raadsfracties letterlijk een motie 'ontliepen' waarin ChristenUnie, VVD en Leefbaar Rotterdam opriepen Jodenhaat te veroordelen, kwam bij mij als een mokerslag binnen. De fracties van GroenLinks, PvdA, D66, SP, Volt, 50PLUS en Partij voor de Dieren liepen met de stemming in zicht weg. De raadszaal uit. Omdat steun tegen Jodenhaat te veel voor ze was gevraagd!

Zo ken ik Rotterdam niet. Is dit mijn stad nog wel? Zijn de in maart gekozen raadsleden anders dan de politici van drie jaar geleden? Zijn de weglopers van toen als het ze zo uitkomt nog steeds laf? Ik houd mijn twijfel, koester de achterdocht. Wat doen de raad, de gemeente, het college tegen het in de stad sterk toegenomen antisemitisme? De Jodenhaat. Het is niks of te weinig. Dat wreekt zich. 'Onacceptabel' roepen politici en bestuurders in koor. Maar wat zijn zulke kreten waard als de praktijk hen tegenspreekt.

Nog één voorbeeld dan. Pro Palestijnen hebben sinds oktober 2023 de Israëlische vlag aan de Boompjes in onze stad al zeker acht keer geroofd.  Ze maakt deel uit van een langgerekte vlaggenparade van alle door de Verenigde Naties erkende lidstaten. Maar belangrijker dan dat is dat de vlaggen symbool staan voor de gastvrijheid van Rotterdam voor de ruim 170 nationaliteiten die de stad telt.

Daders van de vlaggenroof zeggen met zoveel woorden: 'Israëli's, Joden zijn niet welkom in deze stad.’ Wat hier in het geding is, is naast het antisemitisme en de haat het morele verval. Dat laatste beperkt zich niet tot een enkele straat of wijk. Het is voel- en tastbaar over de hele stad. Het telkens wegroven en vernietigen van zo'n vlag zou woede moeten opwekken. In elk geval de aandacht moeten opeisen, In plaats hiervan heerst oorverdovende stilte. 

Een aanslag op een Joodse synagoge, ernstige incidenten op de Erasmus Universiteit met Israëlische en Joodse studenten en (gast)docenten als slachtoffers van pro-Palestijnse demonstranten. Waar is de aanpak in Rotterdam van dergelijke misstandem gebleven? Waar de uitgesproken veroordeling van de burgemeester en de gemeenteraad? Is het uitblijven ervan angst, een gebrek aan bestuurlijke kwaliteit of een mengeling van beide? 

Hebt u eigenlijk nog hoop op een ommekeer ten goede in eigen stad, eigen land?

In alle eerlijkheid: nee. Zoals gezegd ontbreekt het te veel aan met name gezaghebbende politici en bestuurders. Bram Peper, met wie we bevriend waren, noemde Nederland in de laatste jaren van zijn leven een 'zeikland'. In die typering kan ik mij in toenemende mate wonderwel vinden.