Er is een nieuwe tijd geboren en deze is angstaanjagend dystopisch. Waarheden door kennis zijn verdrongen door dogmatisme en fundamentalisme.
Wie vandaag of morgen een school binnenloopt, treft geen klaslokaal meer aan om te vormen, maar een morele behandelkamer in boetedoening. De patiënt heet de westerse geschiedenis in de gedaante van de westerse mens. De diagnose luidt: structurele schuld. De therapie: eindeloze herïnterpretatie van het verleden waarbij feiten er niet meer toe doen.
De nieuwe narratieven liggen keurig op een rijtje, als ampullen in een steriele kast: de Nakba, de genocide in Gaza, de schurkenstaat Israël, de trans-Atlantische slavenhandel, het witte kolonialisme en imperialisme. Dit zijn geen onderwerpen meer, maar axioma’s. Ze worden niet onderwezen, ze worden toegediend. Wat waar is of niet maakt geen boek meer uit. Het is experimenteren met het brein. Een psychedelische trip waarin kennis, inzicht en wijsheid zijn verdrongen door kleur te bekennen.
De bezetting van de geest in het Westen is daarbij voorbeeldig geslaagd. Geen tanks, geen bajonetten; alleen syllabi en studiewijzers buiten de universiteiten in de vorm van tiktokfilmpjes en soundbites met likes. Selectief winkelen in het verleden is tot hedendaags discipline verheven: precies die fragmenten worden uitgestald die het gewenste schuldgevoel ondersteunen, de rest verdwijnt in het magazijn van sprookjes. Zo ontstaat een wereldbeeld dat zo eenvoudig is dat het onaantastbaar lijkt: goed en fout, slachtoffer en dader, altijd dezelfde nieuwe rolverdeling. Waarbij woede en haat de overhand hebben in een gepolariseerde wereld van misverstanden.
Wetenschap heeft intussen plaatsgemaakt voor het scherm. Waar ooit twijfel, methode en bewijs golden, heerst nu de onmiddellijke bevestiging van het algoritme. Sociale media fungeren als bewezen laboratoria zonder falsificatie, waar nieuwe en oude generaties hun beperkte breinen gewillig laten resetten. Niet door argumenten, maar door foute herhaling; niet door onderzoek, maar door zichtbaarheid van wat je wilt zien. De nieuwe en oude generaties spiegelen zich aan dezelfde eindeloze stroom van onware en eenzijdige narratieven, totdat de herhaling de plaats van de waarheid inneemt.
De Tweede Wereldoorlog, ooit het ijkpunt van morele ernst, fungeert nu als didactisch decorstuk voor omgekeerde kruistochten. De vorige generatie droeg de last nog zelf; nu dient zij als projectiescherm voor fictie.
4 mei is geen dag van herdenken meer, maar een gelegenheid tot ageren, demonstreren en protesteren tegen het Westen, tegen de witte mens, tegen Israël, tegen de Joden, tegen de christenen, zelfs tegen de democratische rechtsstaat, die vooral lijkt te bestaan om zichzelf te beschuldigen. De doden verdwijnen achter het rumoer van de levenden.
Religie is eveneens efficiënt heringericht. Kerst en Pasen zijn omgedoopt tot winterfeest en lentefeest - onschadelijke evenementen zonder lastige inhoud. Tegelijk krijgen het offerfeest en het suikerfeest een warme, bijna feestelijke omhelzing, liefst met commerciële bijsluiter. Leve de ramadan; Mozes en Jezus verlaten geruisloos het toneel, als figuranten die uit het script zijn geschreven.
Het nieuwe tolerantiebegrip is een kleine triomf van omkering. Tolerantie betekent niet langer het verdragen van verschil, maar het veroordelen van het verkeerde verschil. Alles wat niet wit of westers is, geldt als interessant, waardevol en bovenal foutloos goed; een zeldzame eigenschap die in het Westen zelf nergens meer wordt aangetroffen. Kritiek beweegt naar buiten, bewondering naar binnen.
De Verlichting, ooit een opstand tegen dogma’s, is omgevormd tot een lege huls. Het nieuwe omdenken is zo verstard dat een dialoog onmogelijk is. De naam blijft, de inhoud is verdampt. Rede en twijfel hebben plaatsgemaakt voor overtuiging en zekerheid. Het omdenken, ooit een speelse oefening, is tot officiële waarheid verheven: wat anders wordt gedacht, wordt daarmee waar.
De asymmetrie in wat bespot mag worden, spreekt boekdelen. Het jodendom en christendom fungeren als dankbare doelwitten - zij behoren immers tot het verdachte Westen. Bij de islam ligt de rode grens, scherp en onwrikbaar. Daar eindigt de ironie en begint de voorzichtigheid. Zelfcensuur uit angst voor verbanning of erger.
Gelijkheid krijgt zo een merkwaardige invulling: sommige overtuigingen blijken gelijker dan andere. Antisemitisme wordt ontkend of zelfs onbewust aangemoedigd. Terwijl er met fluwelen handschoenen met de islam en moslims moet worden omgesprongen. Racisme, discriminatie en seksisme zijn blijkbaar westerse uitvindingen. De kop wordt in het zand gestoken. Islamofobie is de ergste ziekte op aarde en de 57 ondemocratische moslimstaten zijn heilig en je mag er geen kritiek op uiten.
Feiten ondergaan intussen een stille herverdeling. Auschwitz, ooit het symbool van onvoorstelbare gruwel, wordt gerelativeerd of ontkend. Zes miljoen doden? Een overdrijving, luidt het dan; driehonderdduizend zou dichter bij de waarheid liggen. Alsof het verschil tussen beide cijfers slechts een administratieve kwestie betreft zoals in een kafkaëske roman. De leugen regeert niet omdat zij overtuigt, maar omdat zij blijft circuleren en wordt omarmd door de nieuwe coalitie van heel goede mensen die in grotten kijken naar schaduwen van eigen bestaan.
De grootste bezetting blijft zo ondertussen buiten beeld. Niet die van land of geest, maar die van de aarde zelf. Een bezetting zonder vlag of frontlijn, maar met een allesomvattende reikwijdte. Zij kent geen herdenkingsdag, geen curriculum, geen narratief. De mens heeft zich meester gemaakt van vrijwel elke vierkante meter, en wat zich niet laat onderwerpen, wordt verwijderd.
De massale vernietiging van niet-menselijk leven voltrekt zich geruisloos. Soorten verdwijnen zonder ceremonie, ecosystemen lossen op zonder publiek, biodiversiteit wordt gereduceerd tot statistiek. Wat ooit natuur heette, is nu grondstof, decor of obstakel. Bossen wijken, zeeën verzuren, het klimaat kantelt. Speciesisme is voor de mens in de vorm van monsterlijk beest nog altijd de norm.
Opmerkelijk is niet alleen de schaal van deze ingreep in de geschiedenis en de natuur, maar vooral de afwezigheid ervan in het verhaal. Waar het verleden tot morele leidraad is verheven, blijft het heden opmerkelijk leeg. Alsof de enige aanvaardbare schuld die van gisteren is, en niet die van vandaag. Zo ontstaat een merkwaardige blindheid: alles wordt geduid, behalve datgene wat zich voor onze ogen voltrekt.
Op 4 mei was het Dodenherdenking, al draagt de kalender al een andere naam. De dag zelf is al jaren morsdood. Niet door vergetelheid, maar door vervanging. De doden zijn ingeruild voor hun symbolische bruikbaarheid, hun inzetbaarheid in het heden. Herdenken is geen herinneren meer, maar positioneren om idealen - hoe fout ook - met alle middelen ter wereld om te zetten in bereikbare doelen.
Zo ontstaat een tijdperk waarin alles nieuwe betekenis krijgt, behalve de betekenis zelf. Alles ligt vast, niets wordt nog bevraagd. Dat vormt misschien de grootste triomf van deze nieuwe orde: zij presenteert zich niet als onderzoekende keuze, maar als grote vanzelfsprekendheid. En wat vanzelf spreekt, hoeft nooit meer te worden gedacht. Dat wordt uitgevoerd. De bedreigingen door de nieuwe narratieven zijn levensgevaarlijk en maar weinigen durven nog het woord te nemen of de pen te pakken om in twijfel vragen te stellen. We kunnen nog even de vrijheid vieren zolang er moed is.
Bernd Timmerman is historicus & socioloog