Het eigen leven van de nakba en de realiteit voor Israël - Bernd Timmerman

Gepubliceerd op 18 mei 2026 om 09:37

Op veel plaatsen staan mensen stil bij de Nakba (letterlijk “ramp” ofwel massale ontheemding Palestijnen 1948, red.). Dat is op zich begrijpelijk. Tragedies mogen en moeten worden herdacht. Bezinning op en over het verleden kan tot meer zelfdwang, empathie en compassie leiden. Echter, er is ook een gevaar voor het herschrijven van een historische gebeurtenis waarbij er slachtoffers en daders ontstaan met consequenties voor het heden en de toekomst. In de nieuwe traditie en toespraken bij de Nakba-herdenkingen ontbreekt iets wat juist het meest relevant is. 

Wat is er werkelijk gebeurd, waarom en waardoor? Maar ook de vraag en een eerlijk antwoord wat er gebeurt als miljoenen Palestijnen daadwerkelijk terugkeren naar het grondgebied van de staat Israël.

Er wordt gesproken over vijf tot zes miljoen Palestijnse vluchtelingen. De oorspronkelijke ontheemden van 1948 en hun nakomelingen over meerdere generaties.

Een groot deel woont al in Gaza of op de Westelijke Jordaanoever. Maar buiten die gebieden bevindt zich een groep van ruim drieënhalf miljoen mensen, voornamelijk in Jordanië, Libanon en Syrië, voor wie terugkeer cultureel-etnisch van grootouder op kleinkind is doorgegeven. Symbolisch met een sleutel van een huis dat al zeventig jaar niet meer bestaat. 

Vanzelfsprekend is het goed om aandacht te blijven besteden aan ontheemding, confiscatie, de ontwrichting van gemeenschappen. Het is ook aantoonbaar dat de Nakba generaties lang doorgewerkt heeft en in stand wordt gehouden. Maar de gangbare vertelling over 1948 klopt maar ten dele. Het narratief is aan verandering onderhevig en er vindt gekleurde uitvergroting plaats. Het grootste deel van de Palestijnse bevolking vluchtte voor het oorlogsgeweld, zoals burgers in oorlogsgebieden altijd vluchten. Er waren Israëlische militaire operaties waarbij mensen met geweld werden verdreven. Maar er vielen ook Joodse burgerslachtoffers door de aanvallen van Arabische staten.

Daarnaast riepen Palestijnse leiders een deel van de bevolking op te vertrekken, in de verwachting dat de Arabische legers Israël snel zouden verpletteren en de terugkeer wel vanzelf zou komen. Die legers kwamen inderdaad. De nieuwe staat werd aangevallen, zoals later herhaaldelijk plaatsvond. Maar de Arabische landen die Israël wilden vernietigen verloren de begonnen oorlog. Iedere keer weer. De ontheemding was ook een gevolg daarvan - van de verloren oorlog van Arabische landen - al wordt dat in herdenkingstoespraken zelden gewoon gezegd.

Wat ook stelselmatig wordt verzwegen is dat in en rond 1948 ongeveer 850.000 Joden verdreven werden uit Arabische landen - Irak, Egypte, Marokko, Libië, Jemen, Syrië. Mensen van wie de families er soms al meer dan tweeduizend jaar woonden. Hun bezittingen werden geconfisqueerd, hun gemeenschappen met geweld vernietigd.

Het overgrote deel van deze mensen belandde in Israël, hun toevluchtsoord. Niemand eist namens hen een recht op terugkeer of compensatie. Omdat het niet past in het eenzijdige nieuwe narratief over Palestijnen.

Een ander probleem is het automatisch erven van de vluchtelingenstatus van een grootouder of ouder. Dat systeem houdt de terugkeer levend als politiek instrument. Wat ook precies de bedoeling was van de Arabische staten die weigerden de vluchtelingen op te nemen als volwaardige burgers. In Libanon, Syrië, Irak werden Palestijnen decennialang in kampen gehouden. Arm, nuttig, niet geïntegreerd en een middel om steun te krijgen voor de strijd. De Joodse vluchtelingen uit Arabische landen gingen wel op in de staat Israël.

Dat patroon - oorlog voeren om Israël te vernietigen en verliezen om vervolgens de slachtofferrol aan te nemen - herhaalde zich keer op keer. In 1967 mobiliseerden Egypte en Syrië opnieuw, sloten de toegang tot de Rode Zee af en omsingelden Israël met troepen.  Israël moest iets doen en won in zes dagen een oorlog. In 1973 kwamen Egypte en Syrië terug op Jom Kippoer - de heiligste dag van het Joodse jaar, geen toeval - in een aanval die bijna succesvol was.

Daarna volgden de Libanese burgeroorlog, de PLO als militaire organisatie, twee intifada‘s met tientallen zelfmoordaanslagen in Israëlische steden, en de langzame maar gestage bewapening van Hamas en Hezbollah door Iran. Met als dieptepunt het afslachten van meer dan 1200 mensen op 7 oktober 2023. Israël sloeg genadeloos terug en weer is er psychologisch omdenken en wordt de dader - Hamas in Gaza - slachtoffer.

 De feiten blijven hetzelfde. Meer dan zeventig jaar lang, met korte onderbrekingen, heeft een aanzienlijk deel van de regio geprobeerd Israël van de kaart te vegen en vindt er via propaganda en framing een absurde verleiding plaats van westerse burgers. Om ze door eenzijdig te leren kijken de complexiteit uit het oog te laten verliezen.

Israël is de dader, ook van de Palestijnse vluchtelingen en hun nakomelingen, dat is de leugen. De Arabische landen en de moslimleiders valt niets te verwijten, nog een onwaarheid. Een omgekeerde dystopische werkelijkheid. Israël leeft immers al die tijd onder existentiële dreigingen.

Iran doet daar nog steeds vrolijk aan mee, openlijk. Hezbollah heeft tienduizenden raketten op Israël gericht vanuit Zuid-Libanon, een gebied dat het feitelijk controleert. Hamas gebruikte Gaza als lanceerplatform en de eigen bevolking als schild. Om te blijven herhalen: op 7 oktober 2023 werden circa 1.200 mensen afgeslacht - kinderen, ouderen, festivalgangers, kibboetsbewoners. Gijzelaars werden de grens over gesleept. 

De leuze 'from the river to the sea' klinkt op Europese en Amerikaanse universiteitscampussen als een oproep tot rechtvaardigheid. Maar tussen de Jordaan en de Middellandse Zee ligt Israël. Er is daar geen ruimte voor een Joodse staat in die formulering.

Dat is geen interpretatie, die leus en andere antizionistische uitingen zijn oproepen tot de vernietiging van de democratische rechtsstaat Israël. Ook een 'terugkeer' van bijna 6 miljoen Palestijnen is een uitnodiging tot zelfdestructie voor Israël en de daar levende niet-moslims.

Israël is opgericht als een Joodse staat met een Joodse meerderheid, en die meerderheid is de enige grondslag waarop Joodse zelfbeschikking mogelijk is. Wanneer miljoenen Palestijnen en hun nakomelingen terugkeren naar Haifa, Jaffa, de Negev en elders, verandert de bevolkingssamenstelling zo ingrijpend dat de staat ophoudt te bestaan zoals hij nu is. In een democratie regeren namelijk getallen. Een Joodse staat met een Arabische meerderheid is geen Joodse staat meer. Dat is een menselijke atoombom.

En die rekensom speelt zich af in een regio waar Syrië en Libanon formeel nog steeds in staat van oorlog zijn met Israël, waar tweederde van de Jordaanse bevolking van Palestijnse afkomst is. En Iran aan atoomwapens wil blijven werken waarvan we weten wie het eerste doelwit is om in de hemel te komen. Volledige terugkeer van vijf tot zes miljoen mensen naar Israël is hetzelfde als een geslaagde aanval in 1948, 1967 of 1973.

 Voor een deel van de voorstanders is dat ook precies de bedoeling. Zij beschouwen Israël als een koloniaal project dat ongedaan gemaakt moet worden. Dat standpunt wordt zelden zo expliciet uitgesproken - al lijkt het steeds openlijker te gebeuren - maar het zit ingebakken in de abjecte redenering. Een staat met negen miljoen inwoners, waaronder zes miljoen Joden voor wie dit de enige plek is, verdwijnt. De totale oplossing van het probleem-Israël, dat is het doel.

Vredesonderhandelaars en gematigde leiders hebben dat altijd geweten. Vandaar de voorstellen voor beperkte terugkeer, financiële compensatie, hervestiging in een toekomstige Palestijnse staat. En het afwegen van alle belangen met bestaansrecht van en veiligheid voor Israël.

De ontheemding van 1948, de jaren ervoor en erna verdienen erkenning en herdenking. Van Palestijnse moslims en van Joden. Het gaat om allebei de kwesties. Ze vond plaats tijdens een oorlog die Arabische landen begonnen, met als doel de vernietiging van de nieuwe staat. Palestijnse burgers betaalden een prijs, net zoals de Joden daar en elders.

Die overtuiging - dat Israël er niet had mogen komen, dat het er niet mag blijven - is nooit verdwenen. Dat is de kern van de onrust, het terrorisme en de oorlogen. Ze leeft voort in de financiering van Hamas door Iran, in de raketten van Hezbollah, in de moorden van 7 oktober, in de leuzen op straat.

Alleen “from the river to the sea” roepen, Israël veroordelen voor de oorlog in Gaza en de Nakba herdenken past in een nieuw gekleurd en eenzijdig narratief dat antizionisme en antisemitisme versterkt en vrede op geen enkele manier dichterbij brengt. De dreiging voor Israël is er iedere dag.

 

Bernd Timmerman, historicus & socioloog