“Jodengrappen vergelijken met Oost-Friezengrappen absoluut onaanvaardbaar, immers geen geur van gas, noch gaskamers” – Over Jodenhaat op Duitse scholen

Gepubliceerd op 7 juli 2026 om 03:57

“Het was perfect. Te perfect, zoals op het eind bleek. Een modern uitgerust gymnasium. Naast de ingang prijkt het logo van de “School zonder racisme – School met moed”. Oprecht betrokken leraren, werkelijk geïnteresseerde leerlingen. Veel slimme vragen, geen enkel incident. Een modelschool. Desondanks eindigde het met een bittere pil.” In het hoofdstuk over “Jodengrappen” in zijn boek “Sechs Millionen, wer bietet mehr? – Judenhass an deutschen Schulen” (Zes miljoen, wie biedt meer? – Jodenhaat op Duitse scholen) doet Ben Salomo uit de doeken wat hem overkwam tijdens een lezing in een plezierige omgeving in Osnabrück, Westfalen.

Tijdens de vriendelijke ontvangst hoort de auteur van een lerares dat de school er nauwlettend op toeziet dat niemand zich te buiten gaat aan antisemitische uitlatingen. Ben Salomo informeert of zoiets ook recent is gepasseerd. Let wel, zijn voordracht vond plaats voor 7 oktober (bloedbad Hamas in Israël). “De lerares ontkent. De school treedt in dat geval ook rigoureus op. Iedereen weet dat.”

Ben Salomo spreekt vervolgens voor drie klassen van rond 15-jarigen. Hij vertelt over zijn jeugdervaringen en over de rap-scène die hij als insider door en door kent. Het programma loopt als een trein. Applaus klinkt aan het eind. Dankwoorden van de leraren. “En als ik dat nu zo opschrijf, dan meen ik dat ook niet kwaadwillig of sarcastisch. Het was werkelijk zo. Werkelijk geëngageerde leraren, die het serieus meenden wat zij zeiden. De leerlingen waren werkelijk geïnteresseerd. En ook al het andere was werkelijk positief. Maar desondanks was er die bittere pil.”

Na zijn lezing komt een meisje heel schoorvoetend en zo onopvallend mogelijk naar Ben Salomo toe. Ze was hem helemaal niet opgevallen. Donkere haren, donkere ogen, klein van postuur, zo tussen de 1,55 en 1,60 meter. Hij maakt alvast een paar passen in haar richting. “Of ze soms nog een vraag heeft?” Intussen valt het meisje plots om. Haar benen zakken gewoon onder haar weg. Ben Salomo vangt haar op. “We hebben haar op een stoel gezet. Ze komt weer tot zichzelf en begint te praten.”

De scholiere blijkt Jodin te zijn. De enige op school, althans voorzover zij weet. “Wat je uit je jeugd hebt geschilderd, dat heb ik ook beleefd. Hier op school. In slow motion kwam dat nog een keer voorbij toen jij daarover sprak.”  Het meisje breekt daarna in tranen uit. Hartverscheurend. “Ze lag in mijn armen en huilde uit.” De situatie overweldigt Ben Salomo. “Ik ben geen therapeut. Wat doe je in zo’n geval anders dan luisteren?”

Nadat het snikken van de Joodse scholiere stopt en zij zich weet te hernemen, vraagt Ben Salomo: “Wat heb je hier dan beleefd?” Het meisje geeft aan dat ze eens tijdens een party met Jodengrappen werd geconfronteerd. En ze laat meteen duidelijk merken daarvan niet gediend te zijn. Dat valt totaal verkeerd onder de feestgangers/medescholieren. Met als gevolg dat ze uiteindelijk compleet alleen komt te staan. Geen uitnodigingen meer voor feestjes. Na schooltijd heeft niemand meer tijd voor haar.

Zijn er dan echt geen andere scholieren die wel met je willen omgaan, houdt Ben Salomo aan. “Ze zei: Nee. De grappenmakers hadden zo’n grote invloed op de groepsdynamiek dat alle anderen ze ook zouden mijden.” En de leraren dan? Heeft ze niet met hen gesproken? Per slot van rekening beroemt de school er zich op “tegen racisme” te zijn! De leraren zijn toch betrokken, constateerde hij tijdens de lezing?! “Ze antwoordde dat die zich niet werkelijk interesseerden. Dat is toch slechts een fase, van voorbijgaande aard, zouden die zeggen. Dat gaat vanzelf over. Dat moet je niet zo serieus nemen.”

Dat beeld herkent Ben Salomo maar al te goed. Zie de berichten van vele Joden. Voorvallen, die gebagatelliseerd worden. “Dat is typisch. En dat was precies zo als ook in mijn eigen schooltijd. Als Joden zoiets vertellen, wordt dat veel te vaak niet serieus genomen. Het gevoel van onbehagen wordt ons ontzegd. Vaak heet het dat we ons eens niet zo gevoelig moeten opstellen. De Oost-Friezen kunnen over de Oost-Friezen tenslotte ook lachen.”

Wat moet je daartegen nog inbrengen, vraagt Ben Salomo zich hardop af. Zeker, er zijn Joden die over Jodengrappen kunnen lachen en die ook zelf doorgeven. “Ik in elk geval en de meeste Joden, die ik ken, behoren daar niet toe. En de vergelijking met de Oost-Friezen vind ik absoluut onacceptabel. Want in de grappen over Oost-Friezen gaat het niet om de geur van gas en geen Oost-Fries werd in gaskamers vermoord omdat hij Oost-Fries is. Slechts niemand schijnt zover te denken.”

En de Joodse scholiere op dat Duitse modelgymnasium? “Zij zei dat de anderen de Joden op hetzelfde niveau plaatsten als de Oost-Friezen. Intussen heeft zij geen vertrouwen meer in haar leraren, wat dit thema betreft.

Bijdrage in een serie artikelen over het boek “Sechs Millionen, wer bietet mehr? – Judenhass an deutschen Schulen” door Ben Salomo, Suhrkamp Verlag/Jüdischer Verlag, Berlijn 2025.