Nieuws: Onderzoek naar antisemitisme in de collegezaal

Gepubliceerd op 15 augustus 2026 om 07:35

Universiteiten · Campusantisemitisme · Docenten · Verenigde Staten · 13 augustus 2026

De tentenkampen verdwenen uit het dagelijkse nieuws, maar daarmee is het debat over antisemitisme aan Amerikaanse universiteiten niet verdwenen. De Anti-Defamation League verlegt in twee nieuwe rapporten de aandacht naar een minder zichtbare plek: de collegezaal. Niet de demonstrerende student, maar de docent en diens institutionele macht staan nu centraal.

Een nieuwe meldroute voor de collegezaal

De ADL lanceerde op 12 augustus het programma When Antisemitism Comes to Class. Daarbij horen twee onderzoeksrapporten, richtlijnen voor universiteitsbesturen en een vertrouwelijk meldkanaal voor studenten, docenten en medewerkers die antisemitisme in onderwijs of curricula zeggen te ervaren.

De organisatie baseert de urgentie onder meer op eerder onderzoek. In een ADL/Hillel-enquête meldde 27,3 procent van de ondervraagde Joodse studenten antisemitische activiteit door docenten te hebben waargenomen. In een afzonderlijke enquête onder 209 Joods-identificerende academici zei 73,2 procent anti-Joodse activiteiten of uitspraken van docenten, bestuurders of medewerkers te hebben gezien.

In een collegezaal is een politieke uitspraak niet zomaar een uitspraak tussen gelijken. De docent bepaalt ook beoordeling, toegang en de grenzen van het gesprek.

Van activisme naar institutionele macht

Een tweede nieuw ADL-rapport onderzoekt netwerken van docenten en medewerkers die zich organiseren rond anti-Israëlische en anti-zionistische campagnes. De organisatie brengt onder meer Faculty and Staff for Justice in Palestine in kaart, een netwerk dat volgens het rapport medio 2025 op meer dan 130 Amerikaanse universiteiten en colleges lokale verbanden had.

De beschreven activiteiten lopen sterk uiteen: steun aan protestkampen, BDS-resoluties, academische boycotcampagnes, teach-ins en pogingen om universiteitsbeleid te beïnvloeden. Belangrijk is het onderscheid dat ook uit het ADL-rapport zelf volgt: anti-Israëlisch activisme, kritiek op zionisme of steun aan BDS is niet automatisch hetzelfde als antisemitisme. De ADL stelt dat een deel van het onderzochte activisme volgens haar die grens wél overschrijdt, bijvoorbeeld wanneer Joodse organisaties of individuen vanwege hun identiteit of vermeende band met Israël worden geviseerd.

Wat gebeurt er wanneer de docent de student aanspreekt als vertegenwoordiger van Israël?

Een terugkerend patroon in het nieuwe materiaal is het aanspreken van Joodse of Israëlische studenten op Israëlisch regeringsbeleid. De ADL verzamelt daarnaast meldingen over studenten die vanwege Israëlische nationaliteit of militaire dienst als ‘bezetter’ of ‘moordenaar’ zouden zijn behandeld.

Dat probleem is niet alleen door de ADL beschreven. Columbia University concludeerde in december 2025 in het eindrapport van haar eigen Task Force on Antisemitism dat de academische vrijheid van sommige Joodse en Israëlische studenten in colleges onvoldoende was beschermd. Tegelijkertijd legde die taskforce nadrukkelijk de andere kant van de balans vast: een universiteit moet provocerende en zelfs kwetsende ideeën zoveel mogelijk vrij laten circuleren; censuur mag geen oplossing voor discriminatie worden.

De grens blijft onderwerp van debat

Die nuance is noodzakelijk. De ADL is zelf een organisatie die antisemitisme bestrijdt en haar beoordeling van anti-zionistische en Israël-gerelateerde uitingen is onderwerp van publiek debat. Critici vinden dat zulke definities soms politieke kritiek te gemakkelijk onder antisemitisme kunnen scharen. Ook daarom moeten concrete gevallen afzonderlijk worden bekeken: wat werd precies gezegd, tegen wie, in welke context en met welke gevolgen?

Maar het machtsverschil in een collegezaal valt niet weg door dat definitiesdebat. Een student kan een protestbijeenkomst verlaten. Een verplichte cursus, een beoordelende docent of een studieomgeving waarin de eigen identiteit onderdeel van het politieke conflict wordt gemaakt, is moeilijker te ontwijken.

Daarmee verschuift de campusdiscussie naar een moeilijker terrein. Vrije universiteiten moeten scherpe kritiek op Israël en zionisme verdragen. Maar dezelfde academische vrijheid verliest betekenis wanneer een student uit angst voor de reactie van een docent eerst moet besluiten welk deel van zijn Joodse of Israëlische identiteit hij beter kan verzwijgen.

Gepubliceerd op 13 augustus 2026.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.