Deel 4 van de bespreking van de bundel Ausnahmezustand – Zeugnisse von Betroffenen – Hochschulen im deutschsprachigen Raum seit dem 7. Oktober

Gepubliceerd op 14 augustus 2026 om 23:46

Pogrom 7 oktober verbindt “Sefardische ziel” rechtstreeks met verdreven en vermoorde Joden uit een ver Spaans verleden

De persoonlijke strijd tegen antisemitisme in Europa van Israëlische musicus en wetenschapper Roglit Ishay

“Jij begrijpt het verkeerd, Roglit, wij haten jou niet als Jodin, we haten Israël, jouw land. Je moet het onderscheid begrijpen. De IDF doodt gewoon zoveel onschuldige vrouwen en kinderen.”

Zulke zinnen kreeg Roglit Ishay, pianiste, componiste en hoogleraar aan de Hogeschool voor Muziek in Freiburg, telkens weer te horen.

Ze tekent deze “valse” waarneming op in haar bijdrage “Spanien, mon amour” (Spanje, mijn liefde) aan de bundel “Ausnahmezustand”. Een foute observatie ja, kritiseert de artistieke professor, en ze kan het weten, want “mijn hele familie en ik hebben ook in de IDF gediend”.

Ishay begint en eindigt haar emotionerende en tegelijk bijzonder informatieve essay met Spanje. Ze zegt er ook maar direct betekenisvol bij: “ongeacht, hoezeer onwelkom wij Jodinnen en Joden, wij Israëli’s, daar zijn”.

Waarom reist zij dan toch naar dit Zuid-Europese land? Vanwege haar “Sefardische ziel”, vanwege “het beeld van mijn eeuwenoude voorvaderen”. Daarvoor gaat haar hart steeds overstag. Ze voelt die familiebanden tot in haar botten. Zo diep reikt deze verbondenheid met haar voorgeslacht. Roglit Ishay ziet haar voorouders Rosj ha-Sjama (Joods Nieuwjaar) vieren, door de straten van Toledo lopen, lachen en op dezelfde wijze bidden en zingen. Een puur zintuigelijke waarneming.

Echter, waarom haalt de auteur juist deze persoonlijke emoties naar voren in een bundeling van Joodse academische stemmen over een crisissituatie in Europa van schaamteloze publieke Jodenhaat met alle ellendige gevolgen van dien voor de Joodse slachtoffers?

Ze dacht dat de verdrijving en vermoording van Jodinnen en Joden in Spanje al meer dan vijfhonderd jaar geleden – “voor mij lange tijd slechts een droevige geschiedenis” – tot het verleden behoorde. “We leven vandaag natuurlijk in een heel andere, moderne tijd.”

Tot de 7e oktober 2023 kwam, “die gruwelijke pogrom”. Deze hedendaagse massamoord op Joden veranderde veel in haar innerlijke leven. Heel openhartig schrijft Ishay dat het haar zwaar valt dit toe te geven. Want “daardoor ken ik deze moordenaars en hun trawanten de macht toe mij getraumatiseerd te hebben – een macht waarop ze gehoopt hebben”.

“Plotseling stond mij onze 2000-jarige vervolgingsgeschiedenis glashelder voor ogen, reëel en dichterbij dan ooit.”

De 7e oktober verbond Roglit Ishay “opeens” met vroegere Joodse generaties.

“Sinds deze vreselijke dag ben ik niet meer alleen vrouw, moeder, vriendin, professor, componiste. Opeens werd ik vooral als een Joodse vrouw, een Joodse vriendin, een Joodse professor gezien en derhalve veroordeeld, soms zelfs bedreigd en geleidelijk aan de kant geschoven. Anne Franks woorden – ‘Het leven gaat verder, en wij zijn uitgesloten’ – voelen plotseling als vandaag aan. Waanzinnig.”

Dezelfde buitensluiting als Jodin trof de toonkunstenares evenzeer en even hard. Jarenlang organiseerde ze concerten, trad daarin ook zelf op met talrijke moslimse, koptische en andere collega’s, waar zowel Joodse als Arabische muziek deel uitmaakte van het repertoire. Ze raakte met deze collega’s bevriend, trof hen ook in de privésfeer.

Het laatste concert op deze vertrouwelijke voet vond een maand na 7 oktober plaats. Eerlijk voegt Ishay daaraan toe dat het haar sinds die traumatische dag zwaar viel nog Arabische muziek te spelen. Maar ze zette dapper door. “Muziek heeft niets te maken met de pogrom”, hield ze zichzelf voor.

De klap kwam. Enkele maanden later werd Roglit door “diezelfde musici” geboycot. “Wat een schok.” Natuurlijk kwamen de uitsluiters met een verklaring: ze konden haar veiligheid niet garanderen vanwege de “verborgen” dreigementen van “onze moslimfans”.

“Het concert zou plaatsvinden – alleen zonder mij. Mijn Israëlische afkomst zou het publiek provoceren. Ik kon mijn tranen niet bedwingen. Anne Franks woorden.”

Ishay besloot daarop haar collega’s aan de Hogeschool voor Muziek te informeren over deze artistieke uitsluiting. Wat naïef, erkent ze nu. In plaats van meeleven, steun, ontving ze slechts van zo’n tien procent adhesie. De meerderheid zweeg.

Opnieuw: “Wat een schok. Wat een eenzaamheid. Wat een ontgoocheling, die er nog steeds is.” Deze realiteit voelde én voelt als een klap in het gezicht, zo verwoordt ze haar zielenpijn. “De realiteit van wereldwijde Jodenhaat”, stelt ze vast.

Over de gebruikelijke ontkenning van antisemitisme lucht de hoogleraar uitvoerig haar hart. Ze woont al dertig jaar in Duitsland en heeft dus de nodige ervaring opgedaan.

Eigenlijk willen de meesten het woord antisemitisme mijden. Het lijkt welhaast een synoniem voor moord te zijn geworden. “Als antisemitisch beschuldigd te worden, heet voor velen na de Shoah als moordenaar gestigmatiseerd te worden.”

Vandaar de ontkenning van Jodenhaat. De nazi’s en hun collaborateurs opereerden eerlijker. Zij zeiden tenminste openlijk hoezeer ze Joden haten en dood wilden zien.

“Wij Jodinnen en Joden wisten tenminste wie onze vijanden waren. Vandaag verbergt de vijand zich achter Israëlhaat.”

Het ‘ouderwetse’ antisemitisme beleefde Roglit Ishay in de jaren negentig na de Duitse eenwording in de zogenoemde nieuwe “Bundesländer”, de vroegere DDR. Daar vroegen niet-Joodse musici haar “toegang tot de Joodse maffia” te verschaffen. Die zou immers de muziekwereld beheersen…

Daar maakte ze notabene ook discussies mee over haar neus. Semitisch of niet? “Veel mensen uit dit deel van Duitsland etaleerden hun antisemitische vooroordelen heel open en zonder enige terughoudendheid.” Let wel, Duitsers die mordicus tegen de AfD zijn en tegen fascisme strijden. “Mij werd duidelijk waar ik leef.”

Bijzonder treurig, ja schrijnend is ook het voorval met haar zoon. Die werd dagelijks op een van de gerenommeerdste gymnasia in Frankfurt door drie ‘goedburgerlijke’ Duitse leeftijdgenoten met de Hitlergroet verwelkomd en hoorde “Juden ins Gas” (vertaling overbodig). Intussen is dit drietal als advocaat werkzaam.

Een van de schokkendste dingen in haar leven is de bevinding hoeveel niet-Joden vooral in Duitsland hoofdzakelijk bezig zijn te bewijzen dat zij niet antisemitisch zijn.

Een ervaring die Roglit Ishay opdeed als bestuurslid van het Netwerk van Joodse Hogeschooldocenten in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. Op de zo luid mogelijke Joodse stem om maatschappelijk gehoor en bescherming te vinden als medeburgers tegen bedreigingen, boycot en agressie, komen slechts reacties als: “Wij zijn tegen antisemitisme! Helaas kunnen we niets doen, maar zie toch de positieve kant: wij zijn niet antisemitisch!”

Deze houding stemt de Joodse docente buitengewoon somber. Het is blijkbaar “onze eeuwige ‘rol’ gehoord, gehaat, vervolgd en uiteindelijk vermoord te worden”. En de rest van de wereld krijgt de rol “ons als ‘daders’ de schuld te geven” ter reiniging van eigen geweten als “de ware daders” en de verantwoordelijkheid voor eigen fouten te verzaken.

“Waarom kunnen moslims in Duitsland openlijk uitkomen voor hun identiteit, terwijl Jodinnen en Joden zich uit angst moeten verbergen?”

Die prangende vraag van Roglit Ishay blijft gewoon uit, constateert ze. Zelfs draagt ze uit angst haar lievelingsketting met een davidster niet meer op straat. “Dit afzien geldt als maatschappelijk acceptabel”, luidt haar snijdende commentaar.

En passant geeft de politie in Berlijn openlijk toe dat ze Jodinnen en Joden niet kan beschermen. “In wat voor een rechtsstaat leven we dan?” Dezelfde verklaring leggen ook universiteiten af. “Staan we weer eens helemaal alleen?”

Dit antisemitisme kenmerkt zich door geen inzicht in complexiteit, geen interesse in feiten en vooral een gebrek aan ootmoed over de eigen onwetendheid en niet de eigen familiaire verstrikkingen in het nationaalsocialisme te willen erkennen en daaruit te willen leren, oordeelt Ishay.

“Wanneer iemand werkelijk wil weten of en in hoeverre wij onder Jodenhaat lijden, die moet dat ons gewoon direct vragen in plaats dat voor ons te bepalen. En overigens: Indien iemand zich voor het politieke conflict in Israël interesseert, die dient zich eerst met de geschiedenis, feiten en complexiteit bezig te houden. En wanneer hij daarna meent een oplossing voor deze religieuze en culturele oorlog gevonden te hebben, laat hij dat alsjeblieft dadelijk melden!”

Ronduit vermoeiend zijn voor Roglit Ishay al die typische discussies over Israëls schuld. Begrijpelijk genoeg vermijdt ze die het liefst. Dat belastende én belasterende woord “schuld” impliceert in het antisemitische denken uiteindelijk “jullie storen”, “jullie moeten er niet zijn” en tenslotte “jullie moeten sterven”.

“Op de 7e oktober is ons dat weer voor de geest gehaald, dat het zo precies bedoeld wordt.”

Vaak hoorde ze ter inleiding van zo’n discussie de zin: “Men moet Israël mogen kritiseren.” Alsof dat ooit anders geweest is, repliceert Roglit meteen. Ze kan er een boekje over opendoen. Veertig jaar lang was ze onderweg voor concerten. De vermelding van haar herkomst als Israëlische leidde altijd tot kritiek. “De weinige keren dat mijn afkomst als normaal werd gezien, kan ik op één hand tellen.”

Hoe infaam collega’s haar somtijds benaderden, verheelt de wetenschapper evenmin. Zo incasseerde ze deze persoonlijke insinuatie:

“Beste Roglit, ik hoop zeer dat je zoon als soldaat niet gewoon rechts en links Palestijnen zal ombrengen.”

Ondertussen valt het “ons Israëli’s” altijd nog zwaar de eenvoudige realiteit te erkennen, een irreële haat die levensgevaarlijk is, bedenkt ze. De pogrom van 7 oktober liet haar de wereld zien zoals die daadwerkelijk is, zonder verbloeming, zonder verdringing.

“De verdrijving van de Jodinnen en Joden uit Spanje kwam mij voor alsof zij pas gisteren zou zijn gebeurd.”

Zo keren we met deze specifiek “Sefardische ziel” terug naar de titel van het essay “Spanien, mon amour”. Vorig jaar zag Roglit Ishay dat “op elke hoek van de markten” in Spanje Hitlers “Mein Kampf” te koop lag. Met handelaars en kopers ging ze in discussie. Ach, het is slechts een historisch boek, klonk het. Bovendien had de Holocaust toch al niet in Spanje plaatsgevonden.

De herinnering aan en de nagedachtenis van de door inquisitie verdreven en vermoorde Jodinnen en Joden uit Spanje is nauwelijks zichtbaar, neemt Ishay ter plaatse waar. De verantwoordelijken van toentertijd, het koningspaar Isabella en Ferdinand, oogsten daarentegen nog altijd waardering.

En dan die kennelijke fascinatie voor “Mein Kampf”, terwijl “Joodse mensen werkelijk opnieuw bedreigd worden”. Let wel, de enige synagoge die heel Andalusië nog rijk is, bevindt zich vandaag de dag in Malaga, compleet verstopt in een kantoorgebouw onder zware veiligheidsmaatregelen. Andalusië, waar eens Joods leven bloeide, totdat de inquisitie daar een eind aan maakte.

Geen wonder dat Roglit Ishay ermee worstelt of ze Spanje ook niet beter kan opnemen in een inmiddels zeer lange persoonlijke lijst van “no-go-areas”.

Spanje mag dan wel trots spreken van een “land van drie culturen”, maar daar tekent Ishay’s “Sefardische ziel” ferm protest tegen aan. Het is eigenlijk drie minus één cultuur, “namelijk minus de onze”.

Deze vaststelling verbindt Roglit Ishay met een allesbehalve denkbeeldig toekomstscenario:

“Het lijkt mij toe dat men in Spanje, zoals overal elders op de wereld, momenteel de nieuwe generatie van een religieuze en culturele oorlog ziet opgroeien – een oorlog van de westerse wereld met de islam.”

Op ironische en milde wijze sluit ze haar boeiende bijdrage aan de bundel “Ausnahmezustand” af:

“En zelfs als wij weer de schuld daarvoor zouden krijgen, blijft Spanje in mijn hoofd en hart ‘mon amour’.”
Over deze serie
Dit is de vierde bijdrage in de serie over de bundel Ausnahmezustand – Zeugnisse von Betroffenen – Hochschulen im deutschsprachigen Raum seit dem 7. Oktober, onder redactie van Julia Bernstein, Alfred Bodenheimer en Elisabeth Schilling. Wallstein Verlag, Göttingen 2026.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.