Een urgente onderwijsopdracht voor het aantredende Nederlandse minderheidskabinet? “Als jongeren niet leren wat antisemitisme is, waar het vandaan komt en hoe het vandaag de dag werkt, dan groeit onbegrip vanzelf uit tot normalisering van haat”, weet Sarah uit de lespraktijk. “Als iemand zich op de werkvloer genoodzaakt voelt om zijn identiteit te verbergen, dan is dat eigenlijk al een teken dat we eerder hebben gefaald. Van een nieuw kabinet verwacht ik geen wonderen, maar wel dat onderwijs en veiligheid niet langer wegkijken.”
U bent een Nederlandse Jodin, maar de familiewortels van moeder en oma liggen ver buiten ons land. Waar precies en welke lessen gaven zij mee qua uw Joodse identiteit?
Sarah: Mijn oma en moeder komen uit de voormalige Sovjet-Unie. Mijn oma groeide op tijdens de Tweede Wereldoorlog in Georgië. Hier merkte zij gelukkig weinig van de oorlog en de Jodenvervolging. Familieleden van haar vader zijn naar Auschwitz gedeporteerd en daar ook vermoord. Mijn oma groeide niet op met Joodse gebruiken zoals koosjer eten, sjabbat of andere Joodse feestdagen vieren en heeft deze ook niet aan mijn moeder doorgegeven. Bovendien was het ten tijde van de Sovjet-Unie verboden om religieus te zijn, was het voor Joden nog eens extra gevaarlijk vanwege het antisemitisme dat toen heerste. Wat dat betreft is er weinig veranderd sinds die tijd.
Mijn oma en moeder hebben mij altijd meegegeven dat ik beter niet kenbaar kan maken aan andere mensen dat ik Joods ben.
Welke ervaringen met vooroordelen respectievelijk haat jegens Joden en de Joodse staat Israël deed/doet u als lerares op in ons middelbaar onderwijs:
-in de klas met leerlingen?
Sarah: Ik geef les aan mavo 1; dit zijn kinderen van 11-12 jaar oud. In de regio waar ik werkzaam ben, zitten veel kinderen van islamitische afkomst op school. Het is merkbaar dat zij vanuit huis Jodenhaat meekrijgen. Ik kan mij anders niet voorstellen waar hun diepgewortelde haat vandaan komt. Dit blijkt uit het feit dat zij Joden de dood toewensen, hakenkruizen tekenen, Adolf Hitler verheerlijken, de Holocaust willen uitwissen, etc.
Vorig jaar ging ik met de tweede klassen (deze leerlingen waren 13-14 jaar oud) naar Polen om o.a. concentratiekamp Auschwitz te bezoeken. Hier moesten de leerlingen een motivatiebrief voor schrijven en ik mocht deze lezen om een geschikte selectie van leerlingen te maken. Ik heb daar de meest pijnlijke teksten voorbij zien komen, afkomstig van voornamelijk islamitische kinderen. Het stemde mij verdrietig om te lezen dat zij mij liever dood zouden wensen, als ze zouden weten dat ik Joods ben. Ik had een fijne band met deze leerlingen en toch hield ik altijd in mijn achterhoofd dat er een onveilige situatie zou kunnen ontstaan als zij mijn echte identiteit zouden kennen. Deze leerlingen zijn dan ook niet meegegaan op deze reis.
Ik heb ook meegemaakt dat een leerling naar school kwam met een T-shirt waarop Free Palestine stond. Ik voelde me hier erg oncomfortabel bij. Ik zou ze dan zo graag willen vragen of ze enig idee hebben wat 7 oktober met ons gedaan heeft. Maar ik houd liever mijn mond om de confrontatie uit de weg te gaan, want ik ben bang dat ze me wat aan zullen doen. Kinderen van 11-12 jaar oud.
Boekenleggers maken klinkt als een onschuldige activiteit, maar toch hebben een aantal leerlingen mij van mijn stuk weten te brengen. Een voor een kreeg ik boekenleggers terug met Palestijnse vlaggen, Free Palestine en hakenkruizen. Nogmaals, dit gaat om kinderen van 11-12 jaar oud.
-met collega’s?
Sarah: Ik werk met meerdere collega’s die op de Rode Lijn hebben gestaan. Meerderen binnen mijn vakgroep, maar ook veel daarbuiten. Na het zien wat voor protestborden en spandoeken daar tentoongesteld werden, kan ik niks anders dan intern schreeuwen. In de lerarenkamer vermijd ik het gesprek. Dan ben ik maar zwak. Zij zien hun daad niet als antisemitisch, maar hoe kunnen zij verwachten dat mensen zoals ik zich comfortabel voelen als zij zo’n grote groep zijn die geen ruimte biedt voor tegengeluid? Je wordt weggezet als rechts-extremistisch of islamofoob.
De coördinator sociale veiligheid draagt een speld met een Palestijnse vlag op diens kleren om ‘solidariteit’ te tonen. Moet ik daarbij aankloppen om te praten over hoe oncomfortabel ik mij soms voel?
Het onderwijs is een links beroep, maar dat er collega’s zijn die een goede opleiding hebben genoten en niet kunnen inzien dat de Free Palestine-beweging een grote antisemitische sociaal-politieke stroming is geworden, doet mij als Jood, pijn. De boycot, die tegen Israël en alles wat Joods is, plaatsvindt, zetten zij voort door te laten zien dat ze onderdeel willen zijn van deze beweging. Onze leerlingen nemen hier een voorbeeld aan. Kan ik het ze wel kwalijk nemen?
-met schoolleiding?
Sarah: Schoolleiding neemt alle gevallen van antisemitisme heel serieus en reageert hier adequaat op. Heel fijn en voor mij zeker een reden om hier te blijven werken, ondanks dat ik niet open ben over mijn identiteit.
-soms ook met ouders?
Sarah: In het afgelopen halfjaar heb ik vaak dezelfde ouders moeten opbellen na het escaleren van verschillende situaties in de klas. Een voorbeeld hiervan is dat een leerling een nazi-groetbeweging maakte naar een andere leerling. Hierna maakte deze leerling oogcontact met mij, begon te lachen en deed het vervolgens nog een keer. Ik heb deze leerling weggestuurd om een uitstuurbrief te halen. Volgens protocol na de les gesproken en ouders opgebeld. Tijdens dit gesprek ontkende deze leerling dit gedaan te hebben en beschuldigde mij van liegen.
Ouders gaven als reactie dat deze leerling vanuit huis én de basisschool niet gewend is om (jonge) vrouwen te zien als voorbeeldfunctie.
Een andere situatie: leerlingen maken onderling grappende opmerking over de aanslagen van 9-11, maar gaan hierbij wel nét te ver. Ik spreek ze hierop aan en krijg als reactie: “Het is maar een grapje, mevrouw. Zo erg is dat toch niet?”
Ik besloot ouders op te bellen en te vragen hoe zij hiernaar kijken en of er in de huiselijke sfeer ook lacherig gedaan wordt over terroristische aanslagen. Tot mijn verbazing kreeg ik een gelijk soort bagatelliserende reactie. Een ouder van de andere leerling was wel geschrokken van de situatie en heeft haar kind hierop aangesproken. Ik heb even getwijfeld aan mijn eigen morele kompas en of ik niet had overgereageerd, maar die ene ouder die het met mij eens was, was voor mij de bevestiging dat het niet aan mij lag.
-soms ook (duidelijke) tegengeluiden?
Sarah: Ik weet dat er enkele collega’s zijn die pro-Israël zijn of die de ‘Gazasituatie’ wat genuanceerder bekijken dan ongegrond een pro- of antihouding aannemen. Zij dragen dan feiten aan online of in de lerarenkamer, maar anderen willen het niet horen. Dit blijkt uit het feit dat zij niet meer naar de NPO kijken vanwege de onjuiste verslaglegging die daar steeds wordt gedaan.
Denkt u op grond van deze ervaringen ook aan een wisseling van beroep?
Sarah: Ja en nee.
Ik denk dat de pijnlijke realiteit is dat ik buiten de randstad zou moeten zoeken als ik op een school wil werken waar de ‘stadse problematiek’ niet de overhand neemt. Aan de andere kant ben ik bang dat het antisemitisme ook daar zal toenemen, aangezien wij Joden door grote instanties zoals politie en politiek in de steek worden gelaten.
Thuis maak ik wel eens gekscherend de opmerking dat ik sinaasappels ga plukken in een kibboets. Misschien is dat niet eens zo’n gek idee.
Hoe schetst u het algemene leefklimaat voor Joodse Nederlanders op grond van uw persoonlijke ervaringen?
Sarah: Ik vertel niet zomaar aan anderen dat ik Joods ben. Ik zie hoe mensen compleet gehersenspoeld worden door de dingen die ze voorgeschoteld krijgen in de hedendaagse media. Ook zie ik de lafheid van mensen; we staan erbij en we kijken ernaar. Alle ellende in de wereld is opnieuw de schuld van de Joden. Sinds 7 oktober laat iedereen zijn ware aard zien.
Ik wil best geloven dat het op sommige plekken in Nederland veiliger is voor Joden dan op andere, maar in de regio waar ik woon en werk voel ik dat niet.
Krijgt u vanuit de kring van personen, die weet hebben van uw Joodse achtergrond, ook blijken van medeleven? Is een open gesprek mogelijk?
Sarah: Ik ben erg dankbaar voor de mensen om mij heen bij wie ik lekker mezelf kan zijn. Er wordt naar me geluisterd en begrip getoond. Een open gesprek is zeker mogelijk.
Mijn schoonouders vinden het enge tijden voor een jonge Joodse vrouw. Die willen het liefst niet dat ik te veel laat zien bij sociale media. Na de aanslag tijdens Chanoeka op Bondi Beach zijn zij zich meer bewust geworden over de gevaren voor Joden.
Uw echtgenoot is niet-Joods. Welke attitude neemt hij aan tegen de mediale obsessie met Israël?
Echtgenoot Sarah: Voor mij als man van een Joodse vrouw vind ik dat we in een enge tijd leven. In mijn jeugd ben ik door de scheiding van mijn ouders veel bij een goede vriendin van mijn moeder geweest, zij paste op mij en dit waren Joodsemensen uit Israël. Ik heb gelukkig nog steeds warm contact met deze mensen. Als kind heb ik dan ook veel gehoord over wat antisemitisme is en was en wat dit doet met Joden.
Het hele Joodse bestaan, denk hierbij aan het geloof en alles wat erbij komt kijken, helaas dus ook onlosmakelijk het antisemitisme, heeft me dan ook altijd geboeid. Gedurende mijn leven heb ik dan ook vele vormen van antisemitisme, in verschillende lagen, binnen verschillende bevolkingsgroepen, waargenomen. Antisemitisme was daarbij eerder wat meer geclusterd en leek tijdelijk bij een kleine groep mensen voor te komen. Denk hierbij aan wat minder grootschalige conflicten binnen het Midden-Oosten waarbij Israël eigenlijk altijd de schuld kreeg en daardoor, helaas vaak niet eens indirect, evengoed de Joodse bevolking in ons land. Na 7 oktober is dit wel anders. Het masker is af en het beest van Jodenhaat is los en groter dan ooit.
De attitude die ik aanneem, is dat ik altijd, waar dan ook, het gesprek aanga of de situatie zich daar nu voor leent of niet. Dit doe ik op mijn werk, in de sportschool, op internet of in de supermarkt. Ik ben hierdoor helaas een hoop mensen in mijn omgeving kwijt en inmiddels al een hoop (doods)bedreigingen rijker, maar dat neem ik graag op de koop toe.
Wat moet er in het Nederlandse onderwijs (drastisch) veranderen en koestert u op dit elementaire punt ook verwachtingen van het nieuwe minderheidskabinet dat zal aantreden?
Sarah: Wat er in het Nederlandse onderwijs wat mij betreft drastisch moet veranderen, is dat basiskennis over geschiedenis weer serieuzer wordt genomen. Als jongeren niet leren wat antisemitisme is, waar het vandaan komt en hoe het vandaag de dag werkt, dan groeit onbegrip vanzelf uit tot normalisering van haat.
Als iemand zich op de werkvloer genoodzaakt voelt om zijn identiteit te verbergen, dan is dat eigenlijk al een teken dat we eerder hebben gefaald.
Van een nieuw kabinet verwacht ik geen wonderen, maar wel dat onderwijs en veiligheid niet langer wegkijken.