“Shma Israel, zeg ik. Shma Israel!”
Onder het Bijbelse pseudoniem Bat Hiob – Dochter van Job – beschrijft een Joodse universitair docent haar dagelijkse gang naar de universiteit na 7 oktober. Haar essay is tegelijk een verslag van angst, vervreemding en zwijgen én een indringende geloofsbelijdenis: een weigering zichzelf, haar Joodse identiteit of Israël te verloochenen om geaccepteerd te worden.
Verpletterende woorden. Ze markeren het begin van het diep aangrijpende essay Shma Israel, sage ich. Shma Israel! – “Hoor Israël, zeg ik. Hoor Israël!” – opgenomen in de bundel Ausnahmezustand, met getuigenissen van Joodse docenten in het Duitstalige gebied.
De schrijfster, universitair docent Joodse geschiedenis en hedendaagse tijd, koos voor het Bijbelse pseudoniem Bat Hiob, Dochter van Job. Daarnaar verwijst ook de tekst boven haar bijdrage. Die is ontleend aan Job 2, vers 9, waar de vrouw van Job tegen hem zegt: “Houd je nog steeds vast aan je vroomheid? Zeg God vaarwel en sterf.”
Volgens de verklarende woordenlijst achter in de bundel verwijst de titel naar de centrale Joodse geloofsbelijdenis uit Deuteronomium 6:4: de essentie van het Joodse monotheïsme. Israëls God is één. Op die bewuste keuze voor “Hoor Israël!” komt Bat Hiob aan het einde van haar bijzonder knappe, gevoelige en tegelijk diep reflectieve bijdrage verrassend moedig en heel beslist terug.
Een wandeling door een veranderde wereld
We lopen met Bat Hiob mee naar de universiteit. Ze denkt aan de nieuwsberichten en plant haar route zo dat ze, als het even kan, niemand tegenkomt.
Ze denkt aan Stefan Zweigs Die Welt von gestern en romantiseert de dagen van vóór 7 oktober: de schoonheid van de straten, de Europese sereniteit.
Bat Hiob passeert ondertussen Stolpersteine voor gedeporteerde en vermoorde Joden. Maar eveneens krijtteksten. Haar huid wordt dun van die teksten, merkt ze letterlijk op: “Stop de genocide in Palestina”, “Volkenmoord”.
Ze herinnert zich hoe in 1942 de nazi’s Joodse mensen in concentratiekampen vermoordden en het hetzeblad van diezelfde nazi’s, Der Stürmer, toentertijd over de Joden als moordenaars schreef.
De geschiedenis verschuift
Al op 8 oktober 2023, een dag na de massamoord van Hamas op Israëlische burgers, was er reeds sprake van “genocide”, bedenkt Bat Hiob. Israël was nog niet eens begonnen met de militaire operatie in Gaza.
Bitter voelt zij de geschiedenis als het ware verschuiven. Spreken over de Shoah zal taboe worden. Sommigen beschouwen veeleer de Shoah als datgene wat na 7 oktober is gebeurd, sombert Bat Hiob.
Op school in Israël leerde ze over de jaren dertig in Europa. Toen scheen dat een ver verleden. Nu loopt dat verleden met haar mee. “Stap voor stap.”
Kort na elkaar ziet ze weer dezelfde krijtschriften: “Völkermord”, “Geen oorlog, maar volkenmoord”, en uiteindelijk:
Ach, de oude legende over Joden als rituele moordenaars, gaat het door haar hoofd. Het bloedsprookje. Of in haar woorden: “Deze oude fantasie over Joden als moordenaars van christelijke kinderen om hun bloed te gebruiken, is voor velen al lang weer realiteit.”
‘Globalize the Intifada’
In de buurt van haar faculteit wordt Bat Hiob wreed geconfronteerd met een protestkamp, waar de leus “Globalize the Intifada” als een strijdkreet weerklinkt.
Dat vreselijke woord intifada – Arabisch voor opstand – zit als het ware in haar lichaam gekerfd.
De Duitsers zouden toch uit hun eigen geschiedenis beter moeten weten, denkt de judaïst en historicus. “Niets goeds, slechts verwoesting. Maar nee, ze schijnen het niet meer te weten.”
Globalize the Intifada klinkt voor Bat Hiob rechtstreeks als taal uit de jaren dertig.
Ze voelt zich alsof ze in de jaren dertig leeft. Anderzijds zegt ze tegen zichzelf dat dat niet klopt. Het komt immers niet van bovenaf, van de regering.
“Waarom voelt het dan zo gelijk aan?”
Wat als er geen toevluchtsoord meer is?
Israël wordt gebombardeerd door Hezbollah, Hamas, de Houthi’s en Iran. Vrees overvalt Bat Hiob. Voor haar familie, haar vrienden en voor “het kleine stukje land waarin ik werd geboren, dat ik liefheb”.
Een onheilsscenario sluit ze niet uit.
Spreek vooral niet over onze angst voor een werkelijke tweede genocide, ervaart Bat Hiob. De regering van Israël heet slecht en “daarom zijn wij allemaal zondaren” die haat en alle rampspoed verdienen.
Daartegenover stelt zij dat kleine land, met mensen die honderdduizenden gedichten over vrede hebben geschreven en de duif tot symbool van hun bestaan en politiek hebben gemaakt.
Levinas en het protestkamp
Bat Hiob geeft college over de Frans-Joodse filosoof Emmanuel Levinas, over diens ervaringen in een krijgsgevangenenkamp, opgetekend in Moeilijke vrijheid.
Ze contrasteert dat met het protestkamp van de studenten. Voor Levinas geen grills, muziek of posters. Slechts de hond Bobby, “het enig werkelijk empathische wezen daar”.
Voor de pro-Palestijnse studenten zijn feiten onbelangrijk, ervaart de docent. Het bloedbad dat Hamas op 7 oktober aanrichtte is voor hen oninteressant. Praat er niet over. Noch over “het totalitaire, antisemitische regime van Hamas, dat zowel Israëli’s als Palestijnen doodt”.
Israël daarentegen mag worden beschimpt.
En dan volgt een zinspeling op de uitspraak van de vrouw van Job:
Kolonisten – haar eigen grootouders?
Israëli’s, allemaal kolonisten. Dat moeten dan ook de grootouders van de auteur zijn. Zij moesten uit Arabische landen vluchten voor de Jodenhaat. Ze hadden slechts hun Thorarollen bij zich en wat zij droegen.
De zionisten hielpen hen aan een toevluchtsoord in Israël. Nu heten de zionisten “nazi’s”.
De grootvader van Bat Hiob was geen zionist en ook geen antizionist of postzionist.
In dat beloofde land was de grootvader van Bat Hiob niet langer een dhimmi, een tweederangsburger onder islamitische heerschappij, waar hij blootstond aan vervolging en druk zijn religie op te geven.
Het grote zwijgen
Wat rest Bat Hiob in deze situatie van virulente Jodenhaat op de campus? Kort samengevat: één groot zwijgen.
Hartverscheurend geeft zij daar uiting aan. Ze zwijgt om misverstand te voorkomen. Ze zwijgt om energie te sparen. Ze zwijgt omdat spreken haar niets oplevert en niemand haar iets vraagt.
Ze zwijgt omdat “ik bang ben voor geweld”.
Ondertussen schrijft ze “met een gebroken hart”: een getuigenis van deze tijd voor de toekomst, voor de volgende generatie.
Weerwoord op de verdraaiingen om haar heen – Joden als dé daders – leidt louter tot beledigingen, smaad, verdachtmakingen en criminalisering. Israël is daarbij het vaste mikpunt.
Daar dient Bat Hiob ook aan mee te doen.
De keuze van Bat Hiob
De zielenstrijd van Bat Hiob bereikt nu zijn hoogtepunt. De vrouw van Job komt opnieuw in het vizier.
“Mijn hart fluistert tegen mij: ‘Vervloek Israël en leef.’”
Maar Bat Hiob weigert.
Maar dat zal ik nooit doen.
Shma Israel, zeg ik. Shma Israel.
Shma Israël betekent letterlijk: “Hoor, Israël” of “Luister, Israël”. Het zijn de openingswoorden van het centrale geloofsgebed uit Deuteronomium 6:4: “Hoor, Israël: de HEER is onze God, de HEER is één.”
Tijdens de Shoah kregen deze woorden een bijzondere betekenis. Veel Joden spraken of riepen Shma Israël als laatste gebed vóór hun dood. Daardoor is de uitroep niet alleen een geloofsbelijdenis, maar ook een aangrijpend symbool van trouw, hoop en waardigheid te midden van de grootste wanhoop.
Dit is de derde bijdrage in de serie over de bundel Ausnahmezustand – Zeugnisse von Betroffenen – Hochschulen im deutschsprachigen Raum seit dem 7. Oktober, onder redactie van Julia Bernstein, Alfred Bodenheimer en Elisabeth Schilling. Wallstein Verlag, Göttingen, 2026.
Reactie plaatsen
Reacties