“Aanvallen op atoominstallaties Iran antisemitismekritiek in de praktijk” – de kerkbode van bisdom Aken sprak prof. dr. Stephan Grigat

Gepubliceerd op 28 augustus 2025 om 23:49

Wat verwacht hij in de toekomst van de kerken? Die vraag van de kerkbode van het bisdom Aken liet antisemitisme-expert prof. dr. Stephan Grigat zich geen twee keer stellen. “In de katholieke en evangelische kerk lopen er gelijke controverse discussies als in andere instituties. Ik zou mij een expliciete kritiek op antisemitische uitspraken wensen, waartoe ik ook de voortdurende kritiek op de uitoefening van de militaire zelfverdediging van Israël tel. Vooral omdat in beide kerken betreurenswaardig genoeg een lange traditie van antisemitisme bestaat.”

Het interview met de leider van het Centrum voor Antisemitisme- en Racismestudies (CARS) in Aken in de “KirchenZeitung für das Bistum Aachen” is rijk geschakeerd, snijdt een aantal wezenlijke aspecten van het onderzoeksveld van Stephan Grigat aan. Bijvoorbeeld het duidelijke grenzen stellen aan antisemitisme, waar voorlichten, praten niet meer helpt. Grigat past dat mondiaal toe: “Ook wat betreft het mollahregime in Iran is het duidelijk: toespreken en onderhandelen volstaan niet, maar men moet tegenover dat regime een lijn trekken, desnoods ook militair.”

Ook de kwestie antisemitisme of Jodenhaat komt aan de orde. Wat is het juiste woord? “Dat is een problematiek waarover al lange tijd wordt gediscussieerd”, zet Grigat uiteen, “maar het antisemitisme-begrip is gevestigd, ook ter afgrenzing van religieuze voorvormen zoals het anti-judaïsme, dat vaak met antisemitisme gelijkgesteld werd. Uit de religieuze Jodenhaat ontstond het moderne, racistische antisemitisme, en beide staan aan de basis van antisemitische vormen van het antizionisme.”

Voor welke definitie van antisemitisme opteert wetenschapper Grigat, de Verklaring van Jeruzalem of de internationaal breed gedragen IHRA-definitie, vraagt interviewer Gerd Felder. Hij krijgt een genuanceerd en tegelijk helder antwoord: “Beide definities kunnen de zaak van het antisemitisme niet volledig vastleggen, want een omvattende kritiek kan men slechts in het kader van een algemene maatschappijkritiek formuleren. De vraag naar definities is meer een politieke. De IHRA-definitie houd ik politiek voor zeer zinvol en beveel instituten dan ook aan die te hanteren. De Verklaring van Jeruzalem is geen gedepolitiseerde vorm, maar zij is eminent politiek. Haar fundamentele probleem bestaat daarin dat zij het zich tot haar opgave heeft gemaakt een vrijbrief voor bepaalde verschijningsvormen van tegen Israël gericht antisemitisme te formuleren. In zoverre moet men er zich niet over verwonderen dat de nieuwsbureaus van het antisemitische Iraanse regime enthousiast zijn over deze definitie. Alleen daarom al moet men de Verklaring van Jeruzalem met grote scepsis bejegenen.”

Intussen is het antisemitisme tot in het midden van de samenleving doorgedrongen, of was de Jodenhaat nooit verdwenen? Grigat: “”Zo is het, hij is uit het midden van de samenleving nooit verdwenen. De laatste tijd uit het antisemitisme zich ook daar vooral in ressentimenten tegen de Joodse staat.”

Mag men als Duitser en niet-Jood eigenlijk wel kritiek uitoefenen op de Israëlische regering, legt de kerkbode uit Aken de plaatselijke docent voor. Die is daar helemaal klaar mee: “De permanent gemaakte bewering dat kritiek op Israël verboden of taboe zou zijn, klopt gewoon niet. Partijen, professoren, liberalen, links en rechts georiënteerden kritiseren Israël en beweren tegelijkertijd dat men dat niet zou mogen doen. Kritiek op de handelwijze van een regering is de normaalste zaak van de wereld, en juist binnen Israël heerst er een zeer levendige en controverse discussie over de huidige regering, want Israël is een liberale en pluralistische samenleving. Iets totaal anders zijn  door antisemitische ressentimenten gedreven delegitimeringen van de Israëlische soevereiniteit en de Israëlische zelfverdediging – en die vinden permanent plaats.”

Grigat, ook een erkend Iran-deskundige, was niet verrast door de Israëlisch/Amerikaanse luchtaanvallen op de Iraanse atoominstallaties. “Ik kan slechts constateren dat de kritiek die in enige Europese landen daarop werd geuit hypocriet is. Europese politici hebben 30 jaar de tijd gehad alle niet-militaire maatregelen te treffen. De Europese en Duitse politiek heeft in plaats daarvan liever op handel ingezet en daardoor het Iraanse regime de gelegenheid geboden zo’n atoomwapenprogramma te kunnen nastreven. Al 30 jaar lang hebben Israëlische regeringen steeds weer gewaarschuwd en om een scherpe sanctiepolitiek verzocht, tevergeefs. Vandaar dat Israël zich genoodzaakt zag daartegen op te treden. Ik houd de militaire aanvallen op de ayatollah-dictatuur voor gepraktiseerde antisemitismekritiek, want wij hebben in Iran te maken met een antisemitisch regime, waaraan het atoomprogramma zijn enorme gevaarlijkheid ontleent.”

Scherpe kritiek oefent de Iran-kenner daarbij op de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Johann Wadephul. De laatste noemde de aanvallen op de Iraanse atomaire faciliteiten “betreurenswaardig”. Grigat laakt die uitlating ronduit als “fout”. Hij had liever een duidelijkere ondersteuning van Wadepuhl van Israël gezien plus “veel meer zelfkritiek”. Per slot van rekening doet Duitsland nog altijd voor miljarden zaken met de Islamitische Republiek Iran en staat de Islamitische Revolutionaire Garde nog altijd niet op de terreurlijst. “Zolang de bondsregering geen scherpe sanctiepolitiek tegenover het regime in Iran nastreeft, ondersteunt zij de ergste vijand van de Joodse staat. Wij hebben in de Duitse Iran-politiek een draai van 180 graden nodig.”

Bron: het prima interview van Gerd Felder met prof. dr. Stephan Grigat is terug te vinden in nummer 24/18 augustus 2025 in de “KirchenZeitung für das Bistum Aachen”.

Noot redactie: tot zondag 31 augustus loopt een ultimatum van Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland aan de Islamitische Republiek Iran om weer internationale inspecties op het Iraanse atoomprogramma toe te laten, inlichtingen te verschaffen over het verblijf van ’s lands voorraad aan hoogverrijkt uranium en nieuwe gesprekken aan te knopen met de VS. Indien Teheran niet tot concessies bereid is, willen de drie Europese staten het zogenoemde Snapback-mechanisme in werking stellen dat kan uitlopen op de herinvoering van de VN-sancties die tussen 2006 en 2010 door de Veiligheidsraad tegen Iran zijn ingesteld.

Voor nuttige/goede achtergrondinformatie zie de artikelen van Turkije- en Iran-correspondente van de Frankfurter Allgemeine Friederike Böge in de papiereneditie van 27 augustus 2025 onder de titels “Was eine Rückkehr von UN-Sanktionen für Iran bedeutet” en “Wie funktioniert der Snapback-Mechanismus?”

Op zijn Facebook-pagina noemt Stephan Grigat de hantering van het Snapback-mechanisme “tenminste een stap in de goede richting”, echter “in de verste verte niet genoeg”. De Iran-deskundige wenst dat Duitsland de Iraanse ambassade sluit,  idem aan het Iraanse regime gelieerde instituten en moskeeën plus Iraanse banken als Saderat, Sepah, Saman & Melien alsmede de Islamitische Revolutionaire Garde op de terreurlijst plaatst. In deze geest commentarieert Grigat ook de Australische maatregelen tegen Iran vanwege betrokkenheid bij antisemitische aanvallen op een Joods restaurant en synagoge in respectievelijk Sydney en Melbourne: “Ambassadeur uitgewezen, ambassade gesloten – zo gaat het ook bondsregering”.

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.