“Wie raakt aan de besnijdenis (brit mila), raakt aan de kern van het Jodendom” – in gesprek met Ralph Pais, vice-voorzitter van Forum der Joodse organisaties en het Joods Informatie- en Documentatiecentrum in België

Gepubliceerd op 26 februari 2026 om 18:50

Is er in België nog ruimte voor een volwaardig en authentiek Joods leven? Een “existentiële vraag”, stelt Ralph Pais. Immers na het verbod op rituele slacht staat opnieuw een pijler van de Joodse religie, de besnijdenis of brit mila, publiekelijk ter discussie.

Naast het debat over de brit mila spraken we met de vice-voorzitter van Forum der Joodse Organisaties en het Joods Informatie- en Documentatiecentrum in België eveneens over de politieke curiositeit van een “papieren coördinator” tegen antisemitisme in plaats van echt leiderschap contra Jodenhaat.

En ten slotte roerden we de obsessie met Israël ofwel de voortdurende openbare verdachtmaking van de Joodse staat aan. Daaraan gaan ‘noordelijke’ en zuidelijke Nederlanden’, abject genoeg, gelijkelijk mank aan. Vandaar de oproep van Ralph Pais tot maatschappelijke waakzaamheid! De problemen liggen dieper dan alleen Israël, Joden…

In de bijna voorbije maand februari 2026 trad u twee keer achtereen op in Belgische televisieprogramma’s over het actuele thema van de Joodse rituele besnijdenis. Wat is er precies in het geding en waarom treft deze openbare discussie de Joodse gemeenschap in België in het hart?

 

Ralph Pais: Wat hier werkelijk in het geding is, is niet louter een medische of ethische kwestie, maar de concrete invulling van de vrijheid van godsdienst in België. Dit debat komt bovendien niet in een vacuüm. Enkele jaren geleden werd de Joodse gemeenschap geconfronteerd met het verbod op rituele slacht. Ook dat werd destijds voorgesteld als een beperkte, technische ingreep in naam van dierenwelzijn. In werkelijkheid betekende het een ingrijpende aantasting van een fundamentele religieuze praktijk. Velen voelden toen al dat hiermee een precedent werd geschapen.

 

Wanneer vandaag ook de brit mila — de besnijdenis uitgevoerd door een mohel, specifiek opgeleid in deze religieuze handeling — publiek ter discussie wordt gesteld, ontstaat het gevoel dat essentiële pijlers van het Joodse leven één voor één juridisch worden uitgehold (rituele/koshere slacht is hier nu immers ook al verboden).

 

Het is alsof men ons een rijbewijs geeft, maar tegelijk zegt: u mag enkel wagens besturen zonder stuur of zonder wielen. Formeel blijft de vrijheid bestaan, maar materieel wordt ze onwerkbaar gemaakt.

 

Brit mila is voor het Jodendom geen optioneel ritueel of culturele traditie. Zij is het fysieke teken van het verbond tussen God en Abraham, zoals beschreven in het boek Genesis. Volgens die Bijbelse tekst wordt het jongetje op de achtste dag opgenomen in dat verbond, als teken van verbondenheid met God en met de generaties vóór en na hem. Het is het moment waarop het kind niet alleen biologisch, maar ook spiritueel wordt opgenomen in de continuïteit van het Joodse volk.

 

Dus kort gezegd: geen besnijdenis, geen Jodendom.

 

Wie daaraan raakt, raakt dus aan onze kern. Daarom wordt deze discussie niet ervaren als een abstract bio-ethisch debat, maar als een existentiële vraag: is er in België nog ruimte voor een volwaardig en authentiek Joods leven?

 

Welke reacties ontving u na afloop van beide uitzendingen? Hoe kijkt u eigenlijk terug op de twee uitzendingen waaraan u deelnam? Objectieve presentatie?

 

Ralph Pais: De reacties waren bijzonder talrijk en vaak emotioneel geladen.

Binnen de Joodse gemeenschap leeft een groeiende vermoeidheid. Telkens opnieuw moeten uitleggen waarom een drieduizend jaar oude religieuze praktijk geen misdrijf is, weegt zwaar. Er is een gevoel dat wij ons permanent moeten verantwoorden voor wie wij zijn. Alsof onze aanwezigheid hier voorwaardelijk is, terwijl Joden al eeuwenlang deel uitmaken van de Belgische samenleving en daar constructief aan bijdragen.

 

Tegelijk ontving ik ook veel steunbetuigingen van niet-Joodse kijkers die aangaven dat zij de religieuze en historische dimensie van brit mila onvoldoende kenden en dankzij het debat een genuanceerder beeld hebben gekregen. Dat toont aan hoe belangrijk correcte informatie is.

 

Helaas waren er ook talrijke haatdragende en zelfs dreigende berichten. Dat is bijzonder zorgwekkend, omdat het aantoont hoe snel een religieus debat kan ontsporen in vijandigheid tegenover een gemeenschap.

 

Wat de objectiviteit betreft: een televisiedebat dwingt per definitie tot versimpeling. Juridische afwegingen tussen godsdienstvrijheid, ouderlijke verantwoordelijkheid en kinderrechten zijn complex en verdienen grondigheid. In enkele minuten wordt dat gereduceerd tot slogans.

 

Ik heb er bewust voor gekozen het gesprek waardig en inhoudelijk te voeren. Maar het is duidelijk dat dit thema in bepaalde kringen niet neutraal wordt benaderd. Er bestaat een ideologische onderstroom die religieuze praktijken vanuit een fundamenteel wantrouwen bekijkt.

 

Eveneens in de Belgische pers verscheen er een interview met de ambtenares Isabelle Leclerq die zegt officieel verantwoordelijk te zijn voor onder meer de bestrijding van antisemitisme. In een interview met De Morgen geeft ze aan in regelmatig contact te staan met een hele reeks van Joodse organisaties. Naar verluidt echter lijkt Isabelle Leclerq volkomen onbekend te zijn in Joodse kring in België. Kunt u als vicevoorzitter van het Joods Informatie- en Documentatiecentrum en van de koepelorganisatie Forum der Joodse Organisaties helderheid verschaffen in deze curieuze tegenspraak?

 

Ralph Pais: Laat ons helder zijn: België beschikt vandaag niet over een zichtbare, actieve en onafhankelijke coördinator tegen antisemitisme, terwijl die nood bijzonder hoog is. Wat er wél bestaat, is een ambtenaar binnen de administratie Gelijke Kansen aan wie op papier een titel werd toegekend. Maar een titel op papier volstaat niet. Een naam in een organigram beschermt geen scholen, ondersteunt geen slachtoffers en spreekt zich niet publiek uit bij ernstige incidenten.

 

Zoals het Forum der Joodse Organisaties recent in een persbericht stelde: België heeft geen papieren coördinator nodig, maar leiderschap tegen antisemitisme. In een land waar antisemitische incidenten aantoonbaar stijgen, waar Joodse instellingen permanent beveiligd moeten worden en waar gezinnen zich zorgen maken over hun toekomst, is een effectieve coördinator geen luxe — het is een noodzaak.

 

De gemeenschap verdient zichtbaarheid, daadkracht en structureel overleg. Mooie woorden op herdenkingen zijn belangrijk, maar zij volstaan niet. Er moet ook politieke moed en concreet beleid volgen. Zolang die structurele en zichtbare aanpak ontbreekt, blijft er een pijnlijke discrepantie bestaan tussen officiële communicatie en de realiteit op het terrein.

 

De Nederlandse media zijn momenteel vooral bezig met landgenoten die dienst hebben gedaan of doen bij de Israëlische strijdkrachten (IDF). Een nieuwe dimensie in de diabolisering van de rechtvaardige verdediging van de Joodse staat. Speelt dat evenzo in België, een nieuwe dimensie van de Jodenjacht, thans de IDF-jacht?

 

Ralph Pais: Wat wij vaststellen, is dat bepaalde journalisten en politici systematisch alles wat ook maar in de verte met Israël verbonden is, trachten te problematiseren of zelfs te criminaliseren. Individuen worden niet beoordeeld op concrete, persoonlijke daden, maar op hun vermeende associatie. Dat is een gevaarlijke evolutie.

 

Het is des te opvallender dat dezelfde stemmen vaak opvallend stil blijven over andere grote en actuele tragedies in de wereld, waar de mensenrechtensituatie objectief dramatisch is — denk bijvoorbeeld aan Soedan of Iran. Die selectiviteit is moeilijk te negeren.

 

Wanneer de focus obsessief wordt en wanneer Joodse betrokkenheid bij Israël automatisch onder verdenking komt te staan, dan overschrijdt men een grens. Dan verschuift men van legitieme politieke kritiek naar systematische verdachtmaking.

 

De geschiedenis leert dat Jodenhaat zelden proportioneel is. Zij overstijgt vaak elke redelijke maat en zoekt steeds nieuwe vormen om zich te manifesteren. Daarom moeten we waakzaam blijven. Kritiek op een staat is legitiem in een democratie. Maar wanneer alles wat Joods is of met de Joodse staat verbonden is structureel wordt geproblematiseerd, dan raken we aan een dieperliggend maatschappelijk probleem dat we niet mogen minimaliseren.