"We zeiden ‘nooit meer’, maar wat betekent dat nog als je naar het Nederland van nu kijkt? Daarom: verzet tegen vergetelheid. Deze mensen mogen nóóit vergeten worden." Interview met genealoog en social media onderzoeker Kristel

Gepubliceerd op 1 augustus 2026 om 09:23
Zou u zich aan onze lezers persoonlijk willen voorstellen?

Ik ben Kristel, 40 jaar, uit het prachtige Brabant. De meeste mensen kennen mij van mijn X-account @KrissieK12.

Van origine ben ik genealoog. Ik onderzoek vooral slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog in Nederland: burgers, verzetsstrijders, militairen en leden van de Joodse gemeenschap. Genealogie klinkt misschien saai of stoffig, maar het brengt geschiedenis juist tot leven. Je onderzoekt niet alleen de persoon, maar ook de leefomstandigheden, de gebeurtenissen en de plekken waar iemand leefde en stierf, en soms ook waaraan die persoon gestorven is.

Maar je leert ook begrijpen waarom iemand soms dingen deed. Stelen uit hongersnood, een strafblad hebben – en waarvoor dan? Zelfs voor liedjes zingen kon je ooit celstraf krijgen. Bedelen of landloperij was ook strafbaar.

Op uw X-account staat bij interesses naast Holocaust (‘verzet tegen vergetelheid’) ook genealogie. Een intrinsiek samengaan! Hoe hebt u deze belangstellingsvelden in uw onderzoek tot nu toe weten te combineren?

Mijn interesse in de Holocaust is er al vanaf jonge leeftijd. Mijn grootouders wilden er nooit iets over vertellen. Ik keek wel films en documentaires, las boeken en leerde de geschiedenis op school, maar verder werd er niet over gesproken. Dat maakte me juist nieuwsgierig. Ik wilde antwoorden op mijn vragen en begon in 2013 met mijn eigen stamboomonderzoek.

Toen ontdekte ik dat mijn overgrootouders tijdens de Tweede Wereldoorlog een onderduikster hadden: een meisje genaamd Theresia Goudeketting.

Theresia was een jong meisje uit Amsterdam. Haar ouders hadden een viszaak aan de Weesperstraat. Mede dankzij mijn overgrootouders heeft zij de oorlog overleefd. In 2016 sprak ik met haar broer Gerrit. Hij vertelde me de verschrikkelijke details over wat hun gezin heeft meegemaakt.

Gerrit heeft een onuitwisbare indruk op me gemaakt. Zijn verhaal over het onderduiken, de valse papieren, de Rode Kruis-papieren van zijn moeder, de emoties – toen, 76 jaar na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog – en vooral het gebrek aan enige steun toen ze na de oorlog terugkwamen in Amsterdam. Ze hadden letterlijk niets meer: geen voedsel, geen huis, geen kleding, geen spullen, niets.

Het onrecht dat de Joodse bevolking is aangedaan, is niet te omschrijven. Maar Gerrit bleef strijden, onder andere via het VBV, het Verbond Belangenbehartiging Vervolgingsslachtoffers.

Die zes miljoen slachtoffers zijn geen cijfers. Het waren gewone, hardwerkende mensen die probeerden te leven en onder dwang de gruwelijkste dingen hebben meegemaakt, om daarna te worden vermoord door mensen die de propaganda geloofden.

We zeiden ‘nooit meer’, maar wat betekent dat nog als je naar het Nederland van nu kijkt? Daarom: verzet tegen vergetelheid. Deze mensen mogen nóóit vergeten worden.

Op 14 juli 2026 kondigde u op X nieuw onderzoek aan over de Joodse gemeenschap van Grodzisko Dolne in Polen. Wilt u dat toelichten?

Klopt. Samen met Amanda Kluveld probeer ik de Joodse bevolking van Grodzisko Dolne in kaart te brengen zoals die daar vóór de Tweede Wereldoorlog leefde. Het was een relatief kleine gemeenschap en de geboorteplaats van de Joodse kunstenaar Ilex Chaim Beller.

Van het Joodse leven is vrijwel niets meer over. Zelf vond hij jaren na de oorlog slechts één grafsteen terug, nota bene die van zijn eigen grootvader. Het dorp was vernietigd en de Joodse bevolking door de Duitsers uitgewist.

Ik hoop een bijdrage te leveren door te achterhalen wie er woonden, wat zij in het dagelijks leven deden en wat er met hen is gebeurd. Dit is zoeken naar een naald in een hooiberg, niet alleen vanwege de verwoesting van archieven, maar ook doordat het om een ander land, een andere taal en een andere cultuur gaat.

Holocaust, ‘verzet tegen vergetelheid’. Terecht! Dreigt echter in deze dagen van ongeremde Israëlhaat en vulgair antisemitisme niet vooral een relativering van de Holocaust, tot zelfs een inversie van de Shoah?

Ik ben het volledig eens: de Holocaust mag nooit gerelativeerd worden. Elke poging daartoe, en zeker de omkering ervan, is een diepe vorm van antisemitisme. Holocaustinversie is niet alleen historisch belachelijk, maar ook moreel verwerpelijk.

De Shoah was de systematische, industriële vernietiging van een volk, met als enige doel de totale uitroeiing. De verdedigingsoorlog die Israël en de IDF voeren, heeft een radicaal andere intentie: het stoppen van terroristische groeperingen die openlijk de vernietiging van de Joodse staat nastreven. Wie dit gelijkstelt aan een ‘nieuwe Holocaust’ of genocide, miskent fundamentele feiten en vooral het verschil in intentie:

  • De verhouding tussen burgerslachtoffers en strijders ligt volgens Israëlische cijfers relatief laag voor een oorlog in dichtbevolkt stedelijk gebied tegen een vijand die zich bewust tussen burgers verschuilt.
  • Israël stelt dat het humanitaire hulp en voedsel toelaat en faciliteert. Er is inderdaad sprake van omvangrijke hulpverlening, al is er voortdurend discussie over de omvang en toegankelijkheid.
  • De Palestijnse bevolking is in de afgelopen decennia sterk gegroeid. Dat staat haaks op de klassieke kenmerken van genocide. Belangrijker nog is de intentie. De Shoah was industriële uitroeiing. Deze oorlog is gericht op het uitschakelen van terroristische organisaties die de Joodse staat willen vernietigen.

Een volledig onafhankelijk beeld zal nog jaren vergen. Wie desondanks van genocide of een nieuwe Shoah spreekt, bedrijft geen kritiek op beleid, maar een giftige vorm van Jodenhaat die de herinnering aan de Holocaust misbruikt om de Joodse staat te delegitimeren.

U volgt ook het online openbaar maken van namen en persoonsgegevens van Israëlische militairen. Hoe bent u daarop gestuit en hoe hebben de Nederlandse autoriteiten en media op uw meldingen gereageerd?

Ik ontdekte dit toen de Hind Rajab Foundation eind 2024 en begin 2025 actief begon met het opsporen en openbaar maken van namen van voormalige en actieve IDF-soldaten met een Nederlandse of Nederlands-Israëlische achtergrond.

De stichting is mede opgericht door Dyab Abou Jahjah, een Belgisch-Libanese activist die in zijn jeugd in Libanon militaire training bij Hezbollah heeft gehad en daar nog steeds openlijk trots op is. Hij woont veilig in België, maar zijn ideologische strijd tegen Israël heeft hij nooit losgelaten.

Onder het mom van ‘oorlogsmisdaden’ en ‘genocide’ publiceren ze namen, foto’s en persoonlijke gegevens van soldaten, ook van mensen zonder directe gevechtsrol. Die gegevens worden daarna gretig verspreid door pro-Palestijnse activisten.

Dit is geen legitieme zoektocht naar rechtvaardigheid. Als het ze echt om oorlogsmisdaden ging, zouden ze ook Nederlandse militairen aanpakken die in Afghanistan, Irak of Libië hebben gediend. Dat gebeurt niet. Het is selectief en gericht op Joden en Israëli’s. Dat maakt het tot een hedendaagse vorm van Jodenjacht en doxing.

Er zijn bovendien historische en netwerkmatige overlappingen met kringen rond Amin Abou Rashed, die terechtstond wegens het doorsluizen van miljoenen euro’s naar Hamasorganisaties. Hij is deels vrijgesproken, maar het OM gaat in beroep. Onderzoekers als Kees Broer en Carel Brendel hebben die bredere verwevenheden al langer in kaart gebracht.

Ik heb zelf meerdere keren een melding gedaan bij de autoriteiten. Als je al een reactie krijgt, is die teleurstellend. De veiligheidsdiensten en het Openbaar Ministerie lijken er weinig prioriteit aan te geven, terwijl de impact op de betrokkenen en hun gezinnen enorm en vaak levenslang is.

In de mainstreammedia is er nauwelijks serieuze aandacht voor. Het zou prettig zijn wanneer de politie zich meer druk maakte over strafbare feiten en dreigingen dan over een TikTok- of Instagramvideo. Welk gezag denkt men hiermee uit te stralen?

Wat bracht u ertoe het pro-Palestijnse kamp de afgelopen jaren zo nauwlettend te volgen via de sociale media? En leidde dat ook tot bedreigingen aan uw adres?

Ik heb ruim twee jaar de ontwikkelingen in de demonstratiewereld onderzocht, omdat ik wilde weten wie de mensen zijn die het gerechtvaardigd vonden om universiteiten te slopen en de geschiedenis te verdraaien vanwege een oorlog 4.500 kilometer verderop.

Door mijn achtergrond in genealogie en de Tweede Wereldoorlog ging ik Amanda Kluveld volgen. Bij een aankondiging van een demonstratie zag ik iets wat me dreigend genoeg leek om haar te waarschuwen. Ik wilde vooral gewoon dat de mensen hier in Nederland veilig waren.

Maar de dreiging werd steeds groter, vooral richting de Joodse gemeenschap en richting mensen die de werkelijke geschiedenis proberen te onderwijzen. Kijk ook naar de bedreigingen aan het adres van een Joodse docente aan de Erasmus Universiteit.

En ja, ik ben zelf ook bedreigd en geïntimideerd, vooral online. Gewoon omdat ik het verschrikkelijk vind wat er sinds 7 oktober met ons land is gebeurd en hoe snel alles is geëscaleerd. Vóór 7 oktober hoorde je nauwelijks iets over Palestijnen. Er waren wel demonstraties, maar het is lang geleden dat daarbij gebouwen werden gesloopt en mensen werden bedreigd of mishandeld.

Op X steekt u uw bewondering en steun voor de Joodse staat Israël en zijn bevolking bepaald niet onder stoelen of banken. Waarom steekt u de loftrompet over Israël? Staat het land soms ook bovenaan uw reislijstje?

Mijn steun voor Israël komt voort uit geschiedenis en rechtvaardigheid. Door mijn onderzoek en het verhaal van Theresia en Gerrit Goudeketting heb ik van dichtbij gezien wat het betekent als een volk vogelvrij wordt verklaard.

De Shoah was geen abstracte geschiedenis, maar het systematisch vernietigen van gewone, hardwerkende families. Israël is voor mij het concrete bewijs dat het Joodse volk na die onvoorstelbare vernietiging toch weer een veilig thuis heeft kunnen opbouwen. Dat verdient respect en steun, geen relativering.

Daarnaast is Israël een kleine democratie in een regio vol dictaturen en terroristische organisaties die openlijk haar vernietiging nastreven. Toch presteert het land op wereldniveau op wetenschappelijk, technologisch, medisch en agrarisch gebied. Die combinatie van overlevingsdrang en bijdrage aan de wereld spreekt me diep aan.

Israël staat absoluut bovenaan mijn reislijstje. Dat is een grote wens van mij, juist om de plekken te zien die verbonden zijn met de geschiedenis die ik onderzoek en om met eigen ogen te zien hoe een volk dat bijna is uitgeroeid toch weer is opgebloeid. Uiteraard hoort daar een bezoek aan Yad Vashem bij.

Maar Israël staat niet als enige op mijn lijstje. Bezoeken aan verschillende concentratiekampen staan er ook zeker op. Voor mij is dat iets heel persoonlijks.

En passant worden niet Israëli’s, maar Gazanen met open armen ontvangen in Nederland, ook met uitdrukkelijke universitaire steun. Graag uw commentaar!

Ik vind het moeilijk te begrijpen dat we in Nederland bewust mensen opnemen uit oorlogsgebieden, inclusief Gaza – niet omdat vluchtelingen niet geholpen moeten worden – terwijl een deel van die samenlevingen ideologieën aanhangt die de vernietiging van een ander volk legitiem of zelfs wenselijk vinden.

Je importeert daarmee niet alleen mensen, maar ook een gedachtegoed dat haaks staat op onze rechtsstaat en op de lessen van de Tweede Wereldoorlog. Het is bekend dat veiligheidsscreenings door de IND en betrokken diensten in complexe gevallen jaren kunnen duren. Dat is een reëel veiligheidsprobleem dat we niet mogen negeren.

Nog verbijsterender vind ik de openlijke steun vanuit universiteiten. Als je de geschiedenis kent, zie je dat universiteiten vaker broedplaatsen zijn geweest van radicale ideologieën. In de praktijk betekent ‘vrijheid van meningsuiting’ daar vaak: wie het hardst schreeuwt, heeft gelijk.

Studenten worden massaal blootgesteld aan eenzijdige propaganda, terwijl kritische of pro-Israëlische stemmen worden weggezet of geïntimideerd. Soms vraag ik me af of het antisemitisme in bepaalde kringen ooit echt is weggeweest. De snelheid en intensiteit waarmee het na 7 oktober weer bovenkwam, wijzen erop dat de onderliggende voedingsbodem nooit is verdwenen.

Hoe verklaart u de blinde vlek bij zovelen in Nederland – bestuurders, media en politici voorop – voor de snel voortschrijdende islamisering van onze samenleving? Is dit inmiddels een onstuitbaar proces? Welke maatschappelijke gevolgen vreest of voorziet u?

Ik verklaar die blinde vlek vooral uit een combinatie van naïviteit, angst en ideologische prioritering. Veel bestuurders, media en politici kijken liever weg omdat het onderwerp ongemakkelijk is. Wie de snelle demografische en culturele veranderingen benoemt, wordt al snel weggezet als ‘islamofoob’ of ‘rechts’. Liever houdt men vast aan een ideaalbeeld van integratie en diversiteit, ook als de praktijk dat beeld tegenspreekt.

Voor mij is dit geen abstracte discussie. Door mijn onderzoek naar de Holocaust en mijn familiegeschiedenis zie ik hoe gevaarlijk het is wanneer een samenleving systematisch wegkijkt van een ideologie die een bepaalde groep als vijand definieert.

Na 7 oktober hebben we gezien hoe snel en openlijk Jodenhaat weer de straat op kon, hoeveel steun die haat kreeg op universiteiten en hoe weinig daadkracht er was bij autoriteiten. Dat is voor mij geen toeval, maar een symptoom.

Is het proces onstuitbaar? Nog niet volledig, maar de tijd begint te dringen. Als we blijven weigeren de ideologische component serieus te nemen – inclusief de delen van de islamitische wereld die openlijk de vernietiging van Israël, het Joodse volk en ongelovigen prediken – wordt het steeds moeilijker om terug te keren.

De maatschappelijke gevolgen die ik het meest vrees, zijn precies die waar ik de afgelopen jaren onderzoek naar heb gedaan: een verdere normalisering van antisemitisme, toenemende intimidatie van Joden en iedereen die solidair is met Israël, en een samenleving waarin de lessen van de Shoah steeds sneller worden vergeten of omgedraaid.

Wanneer Joden zich opnieuw onveilig voelen in Nederland, is dat niet alleen een probleem voor de Joodse gemeenschap. Dan zegt dat iets over de staat van onze rechtsstaat en onze herinneringscultuur.
Welke urgente persoonlijke boodschap heeft u voor Nederlandse bestuurders én burgers?
Stop met wegkijken.

Aan de bestuurders: jullie hebben de plicht om alle inwoners van dit land te beschermen, inclusief de Joodse gemeenschap. Wanneer mensen worden gedoxxt of geïntimideerd omdat ze Joods zijn of banden hebben met Israël, en er vervolgens nauwelijks wordt opgetreden, faalt de rechtsstaat.

De cijfers over niet-behandelde aangiften laten zien dat capaciteitsgebrek geen excuus mag zijn bij zaken die de kern van onze vrijheid raken. Doe wat nodig is, ook als het politiek ongemakkelijk is.

Aan de burgers: onthoud dat de Shoah niet begon met kampen, maar met wegkijken. Wegkijken van onrecht, van haat en van discriminatie. ‘Nooit meer’ is geen loze kreet. Het is een opdracht. En die opdracht geldt nu.

Als we tolereren dat de herinnering aan de Holocaust wordt omgedraaid, dat Joden zich opnieuw onveilig voelen in Nederland en dat ideologieën die hun vernietiging prediken hier vrij spel krijgen, dan hebben we de lessen van onze eigen geschiedenis niet begrepen.

Ik vraag niet om haat of uitsluiting.

Ik vraag om helderheid, moed, verantwoordelijkheid en feiten. Voor het behoud van een land waarin wij allen veilig kunnen leven en waarin we de waarheid over het verleden niet opofferen aan de ideologie van vandaag.

VERZET TEGEN VERGETELHEID!

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.