“Sinds 7 oktober zijn de maskers af in Nederland en is het monster Jodenhaat onbeschrijfelijk groot aanwezig”

Gepubliceerd op 25 januari 2026 om 00:53

Wat betekent het in het alledaagse leven om als Nederlandse vrouw met een Israëli te zijn getrouwd en in Nederland te wonen? Idem voor het hele gezin? Ineke, onze gesprekspartner, wilde op deze en andere vragen een antwoord geven.

De monsterlijke terreuraanval van Hamas op Israël van 7 oktober 2023 bezorgde en bezorgt u diepe zielepijn. Wat wilt u daarover kwijt?

Ineke: Op 7 oktober werden we om half zeven wakker gebeld door mijn zwager in Tel Aviv dat de Hamas-monsters Israël waren binnengevallen. “Dit is niet waar, dit kan helemaal niet”, schoot het door mij heen. Echter, dacht ik meteen aan de beelden online van de pogingen om de veiligheidshekken aan de grens met Israël om te duwen in de dagen ervoor.

Beetje bij beetje kwam het nieuws binnen die Shabbat, niet via de NOS maar via de Israëlische media en GeenStijl. De beelden van Shiri Bibas met haar zoontjes in de armen, de oude mensen in handen van Hamas, de slachtingen live op Facebook. Het was niet te bevatten. De schok, de pijn, het ongeloof.

Toen kwamen de telefoontjes waarvan je wist dat die gingen komen. Een zoon van een vriend van ons is vermoord bij het beschermen van zijn kibboets. Een andere zoon van een vriend vermoord bij het beschermen van een andere kibboets. Niemand wist precies wat er aan de hand was en het voelde: dit is het einde van Israël.

En toen kwam er nog een klap. Ik had verwacht dat de westerse wereld om Israël heen zou staan als een front tegen het kwaad, maar het tegenovergestelde gebeurde. Op dezelfde dag begonnen de georganiseerde anti-Israël-demonstraties in de wereld. Geen enkel begrip voor de Israëlische kant: duizenden Hezbollah-raketten op Israël, het noorden geëvacueerd, de gegijzelden, het leed van de Israëlische burger kreeg nauwelijks aandacht.

Privé gezien: het onbegrip, de opmerkingen. Nooit eens hoe gaat het of hoe gaat met je familie. En al die onfeitelijke eenzijdige NPO-programma’s. Het is niet te doen. Het probleem is dat velen daar hun informatie vandaan halen.

De demonisering van de Joodse staat kent ook in Nederland geen (morele) grenzen. Idem publieke manifestaties van Jodenhaat. Wat betekent dat voor u en uw kinderen, met een evidente Israëlische band, in het dagelijkse leven? Welke ervaringen zou u willen delen?

Ineke: Dat merken we. Een buurman die je uitscheldt en op de grond spuugt omdat “wij Palestijnen vermoorden en die paar gegijzelden niet belangrijk zijn”, een dochter die haar studie is gestopt vanwege Joden/Israëlhaat op de UvA. Sinds 7 oktober vermijd ik plaatsen als Amsterdam, buurtborrels etc. Geen zin meer in. Ik schaam me als Nederlandse tegenover mijn Israëlische man over de enorme betweterigheid, ja gewoon schrijnend gebrek aan feitelijke kennis over ‘het confict’. In 80 jaar blijkt er in Nederland niets veranderd qua antisemitische attitudes.

In 1991 vertrok u naar Israël. Wat dreef u toen naar de Joodse staat?

Ineke: De liefde. Heb veel meegemaakt. Wat ik echt nooit vergeet is de moord op Rabin en de dag dat twee reservisten de verkeerde afslag namen en in Ramallah zijn gelyncht en dat een van de daders in het raam stond om het bloed aan zijn handen te tonen aan een uitzinnige bevolking. Toen kwam het binnen hoe diep de haat is.

In Israël is het fijn wonen. Het leven is niet makkelijk, het is intens. De saamhorigheid en de liefde voor kinderen is heel mooi. Ik dank elke dag voor het bestaan van Israël als ik zie wat er met de Koerden, de Druzen, de Yezidis en in Iran gebeurt. Al die BN’ers die het allemaal zo goed weten, zijn hun rode lijn kwijt. De hypocrisie is niet te doen. Het is geen naïviteit, het is bewust. 

En passant ‘zwaaide’ een marechaussee op Schiphol u allesbehalve als een neutrale overheidsdienaar uit. Wat hoorde u toen?

Ineke: Toen ik na afscheid nemen van mijn familie -was nog in de tijd zonder internet etc.- en emotioneel naar de paspoortdesk liep aan de El Al-kant, zei die man: “Je lijkt wel gek dat je tussen dat rotvolk gaat wonen.” Er schiet mij nog een gebeurtenis op Schiphol te binnen. We wilden een radiootje kopen. Toen die verkoper bij de betaling onze boardingpass zag met als bestemming Tel Aviv, wierp hij die terug en liep scheldend (“Aan jullie mensen verkoop ik niet.”) weg.

Typerend voor de Nederlandse houding tegenover Joden als u nu terugkijkt en denkt?

Ineke: Jarenlang leek het antisemitisme iets van de minderheid, maar sinds 7 oktober zijn de maskers af en is het niet te beschrijven hoe groot het monster is. Als het over 7 oktober gaat of überhaupt over Israël dan is het altijd de “Ja, maar”. De politiek kijkt ook weg. Er komen wat verplichte tweets en dan weer verder tot het volgende “incident”.  De smerigheid van zo’n Halsema met de opening van het Holocaustmuseum en de Maccabi-rellen. 

Overwegen u en uw man ook een (definitieve) terugkeer naar Israël?

Ineke: Zeg nooit nooit.

Hoe oogt voor u dan de toekomst van Nederland?

Ineke: Ik denk dat het voor West-Europa en dus ook Nederland klaar is. Het blijven wegkijken en niet benoemen van de islamisering en alle ellende erdoor. Het mag gewoon niet benoemd. Je bent meteen een racist. Islam integreert niet.
Onze 7 oktober komt nog, vrees ik.

De volledige familienaam van Ineke is bij de redactie bekend.

 

Photo: עברית: שולחן שמור למשפחת ביבס בבית קפה בכיכר התרבות בתל אביבDate4 January 2024SourceOwn workAuthorAvi1111 dr. Avishai Teicher