Twintig doden en meer dan 23.000 incidenten: antisemitisme is volgens J7 geen tijdelijke piek meer

Gepubliceerd op 2 augustus 2026 om 09:06

Antisemitisme · Internationaal onderzoek · J7-rapport 2026

Twintig mensen werden in 2025 vermoord bij antisemitische aanslagen in de Joodse diaspora. In zeven landen werden samen meer dan 23.000 antisemitische incidenten geregistreerd. Volgens het nieuwe rapport van de J7 Task Force was 2025 daarmee het dodelijkste jaar voor antisemitisch geweld buiten Israël sinds de aanslag op het AMIA-gebouw in Buenos Aires in 1994.

Doden in vier aanvallen

De twintig slachtoffers vielen bij vier aanvallen: vijftien mensen werden vermoord tijdens een Chanoekaviering op Bondi Beach in Sydney, twee bij de Heaton Park Synagogue in Manchester op Jom Kipoer, twee bij het Capital Jewish Museum in Washington en één slachtoffer overleed na de aanval op een bijeenkomst voor de Israëlische gijzelaars in Boulder, Colorado.

Het rapport bestrijkt Argentinië, Australië, Canada, Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. In deze landen woont volgens de J7 meer dan negentig procent van de Joden buiten Israël.

“Antisemitisme in onze zeven landen is niet langer een golf; het is ons nieuwe normaal.”

Daling tegenover een uitzonderlijk jaar

Het totale aantal incidenten daalde in 2025 in de Verenigde Staten, Australië, Canada en Frankrijk ten opzichte van 2024. Die daling betekent echter geen terugkeer naar de situatie van vóór 7 oktober 2023. Vergeleken met 2022 lag het gezamenlijke aantal incidenten 136 procent hoger en het aantal gewelddadige incidenten 97 procent hoger.

In het Verenigd Koninkrijk, Argentinië en Duitsland nam het aantal registraties in 2025 opnieuw toe. Sinds 2021 kende Australië de grootste procentuele stijging, gevolgd door Duitsland, de Verenigde Staten en Frankrijk. Duitsland registreerde met bijna zeventig incidenten per duizend Joodse inwoners het hoogste aantal per hoofd van de Joodse bevolking.

Antizionisme als motief

Volgens de nationale organisaties die de cijfers verzamelden, speelde antizionisme bij een aanzienlijk deel van de incidenten een centrale rol: bij 48 procent van de Britse registraties, 45 procent van de Amerikaanse en 23 procent van de Duitse. Daarmee bedoelen de onderzoekers niet dat iedere kritiek op Israël antisemitisch is, maar dat vijandigheid tegenover “zionisten” geregeld werd gebruikt om Joden als groep te bedreigen, uit te sluiten of verantwoordelijk te houden voor Israëlisch beleid.

Voor het eerst bevat het rapport ook een hoofdstuk over Ierland. De kleine Joodse gemeenschap van ongeveer 2.200 mensen registreerde in zes maanden 143 incidenten. Volgens de onderzoekers ontbreekt daar zowel een nationale strategie tegen antisemitisme als structurele overheidsfinanciering voor de beveiliging van Joodse instellingen.

Geen uniforme politiedatabank

De cijfers vereisen zorgvuldige lezing. Zij zijn samengesteld door nationale Joodse organisaties die niet allemaal dezelfde definities, registratieperioden en methoden gebruiken. Het rapport is daarom geen uniforme internationale politiedatabank en absolute cijfers kunnen niet zonder meer land voor land worden vergeleken.

Die methodologische beperking verandert de hoofdbevinding niet: in alle zeven landen ligt het geregistreerde antisemitisme nog ver boven het niveau van vóór 7 oktober. De combinatie van tienduizenden incidenten en twintig doden maakt duidelijk dat het niet alleen om kwetsende woorden of bekladdingen gaat, maar ook om een aantoonbare bedreiging van Joodse levens.

Een daling na een recordjaar is nog geen herstel wanneer Joden bijna overal aanzienlijk onveiliger blijven dan vóór 7 oktober 2023.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.