Een nieuwe bundel geeft Joodse academici een stem over de noodtoestand waarin zij binnen de Duitstalige academische wereld verkeren.
De 61 essays en interviews in Ausnahmezustand documenteren niet alleen uitsluiting, vijandigheid en institutioneel zwijgen, maar ook de professionele en persoonlijke prijs die Joodse wetenschappers betalen wanneer zij hun ervaringen openbaar maken.
“Dit boek” is de zojuist verschenen bundel Ausnahmezustand – Zeugnisse von Betroffenen – Hochschulen im deutschsprachigen Raum seit dem 7. Oktober – in het Nederlands: Noodtoestand – Getuigenissen van betrokkenen – Hogescholen in het Duitstalige gebied sinds 7 oktober.
Het is een even omvangrijke – 551 bladzijden – als indrukwekkende publicatie onder redactie van de academici Julia Bernstein, Alfred Bodenheimer en Elisabeth Schilling.
Deze drie hoogleraren hadden het idee opgevat om “de subjectieve stemmen van Joodse hogeschooldocenten” en van hun ondersteuners in een biografische bundel samen te brengen. In de inleiding van Ausnahmezustand erkennen ze meteen ruiterlijk “de dimensie van deze opgave” te hebben onderschat.
De redacteuren stelden vast dat het allesbehalve vanzelfsprekend is leden van een academische gemeenschap ertoe te bewegen hun smart, hun kwetsbaarheid en de ontbrekende institutionele ondersteuning naar buiten te brengen.
Academici lopen doorgaans niet te koop met hun eigen gevoelens en nare ervaringen. Dat maakt deze bundel des te belangrijker, onderstrepen de redacteuren. Ook wetenschappers moeten hun emoties vrij kunnen uiten.
Eenenzestig stemmen
In de bundel Ausnahmezustand zijn 61 stemmen verzameld: van leden van het Netwerk van Joodse Hogeschooldocenten en mensen uit de kring van hun ondersteuners. De essays en interviews dateren uit de periode oktober 2025 tot en met maart 2026.
Bepaald geen sinecure trouwens, deze schriftelijke vastlegging van particuliere belevenissen en reflecties. Dat kan veel losmaken en “tot secundaire onzekerheid” leiden “in een toch al precaire situatie”.
Veelzeggend is in dat opzicht dat veel potentiële auteurs uiteindelijk terugschrokken voor de consequenties van hun medewerking. “Zij vreesden voor een verdere escalatie van een reeds uiterst gespannen stemming in hun instituten.”
Heel openhartig geeft de redactie hierbij tekst en uitleg:
“We beleefden een proces van meervoudige terugtrekking: bijdragen werden aangekondigd, met grote intensiteit geschreven en dan toch op het laatste moment teruggetrokken – te groot was de angst voor professionele schade, te persoonlijk scheen de blootstelling.”
Anderen kozen voor anonimisering of grepen naar een pseudoniem “met diepe symbolische betekenis, bijvoorbeeld de naam van voorouders die de Shoah hadden overleefd”. In die naam trilde de poging door een historische continuïteit van overleven te gebruiken als schild voor het heden.
Voor degenen die wel meewerkten aan de bundel gaf dat ruimte voor verwerking en verwoording van de eigen lotgevallen. Daaruit vloeiden existentiële vragen voort.
Het viel sommige respondenten te zwaar om de eigen belevenissen en gevoelens zelf neer te schrijven. Zij prefereerden de vorm van een interview om zo in een vertrouwelijk gesprek de moed te vatten “deze woorden” uit te spreken.
Hoeveel leed in weinig zinnen
Het siert de redacteuren dat zij een onmisbare hulpkracht bij het transcriberen en redigeren van de teksten voor de bundel niet alleen bij naam noemen, maar deze studente, Lisann Oepke, ook citeren.
Zij vatte immers treffend “de ontzetting” samen die ze ervoer bij het nauwkeurig doornemen van de tientallen bijdragen aan Ausnahmezustand:
Voor de afzegging van medewerking tonen de redacteuren ondertussen veel begrip. “Deze angst was en is reëel.” Dat betreft niet alleen tijdelijk aangestelde universitaire stafleden of promovendussen. Hoogleraren worden evenmin verschoond.
Joodse professoren of solidaire collega’s hebben eveneens vijandigheden van collega’s te verduren en worden subtiel uitgesloten van academische besluitvorming.
Zelfs personen die officieel zijn aangesteld in de strijd tegen antisemitisme op de campus, de zogenoemde Antisemitismusbeauftragte, worden belasterd, buitengesloten of in enkele gevallen zelfs tot het opgeven van hun functie gedwongen.
En dan volgt in de zeer verhelderende inleiding van Ausnahmezustand een redactionele stellingname die het letterlijk citeren meer dan de moeite waard is:
Geen slachtofferperspectief
De bundel Ausnahmezustand, zo beklemtonen de samenstellers, wenst bepaald geen slachtofferperspectief te reproduceren uit de veelheid aan benoemde academische misstanden en andere belastende campusschilderingen.
Nee, dankzij de moedige stellingname van de auteurs wordt duidelijk hoe onder een bedrieglijke academische mantel van correctheid en moraal een situatie wordt geschapen die mensen doet vereenzamen en niet zelden zelfs vertwijfelen, maar die ook tot een nieuw conflict met hun identiteit leidt.
De hoorbaarheid van deze Joodse stemmen vormt “onder deze omstandigheden” een manifestatie van zelfbeschikking, observeert de redactie.
Een tweeërlei zwijgen
Een andere enorme barrière waarop de redactie stuitte was die van een tweeërlei zwijgen: van de zijde van Joodse docenten en hun medestanders én van de zijde van de zwijgende meerderheid, de naaste collega’s.
Dat laatste blijkt voor de auteurs en geïnterviewden bijzonder pijnlijk te zijn geweest. Zij moesten hun woorden op een goudschaaltje wegen in een vijandig werkklimaat. Dat leidde tot verstommen, zwijgen en zelfcensuur.
Vandaar ook de vele afzeggingen voor bijdragen aan Ausnahmezustand: een rationele risicoafweging. Echter, dit zwijgen heeft een hoge prijs. Het mondt via “innerlijke emigratie” uit in een diep isolement van de getroffene.
Logisch dat dientengevolge binnen de academische context Joodse perspectieven steeds meer gaan ontbreken, terwijl agitatoren het discours gaan monopoliseren.
Juist het oncollegiale, niet-solidaire gedrag van de zwijgende meerderheid jegens Joodse slachtoffers fungeerde als een versterking van de uitsluiting.
De naargeestige ervaringen van Joodse getroffenen deden er klaarblijkelijk niet toe, onder variërende uitvluchten als “privé”, “politiek te complex”, “ongepast” of “storend voor de bedrijfsvrede”.
Volgens deze logica wordt niet de antisemitische vijandelijke bejegening als het probleem beschouwd, maar de thematisering ervan.
De terugtrekking van collega’s, die tot aan de “grenzen van het zegbare” gingen en dan toch verstomden, vormt voor de redactie “het onzichtbare waarschuwingsteken” van dit boek.
Dit is de eerste bijdrage in een serie over de op 5 augustus 2026 verschenen bundel Ausnahmezustand – Zeugnisse von Betroffenen – Hochschulen im deutschsprachigen Raum seit dem 7. Oktober, onder redactie van Julia Bernstein, Alfred Bodenheimer en Elisabeth Schilling. Wallstein Verlag, Göttingen, 2026.
Reactie plaatsen
Reacties